De inspecteur oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit welke bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Wet WOZ en de Wet milieubeheer toegekend zijn aan de inspecteur van de deelnemende gemeenten en de gemeenteambtenaar genoemd in artikel 1, tweede lid, van de Wet WOZ.
Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het voorgaande lid neemt de inspecteur de nadere regels van het Drechtstedenbestuur in acht en houdt hij rekening met de beleidsregels die het Drechtstedenbestuur heeft geformuleerd ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid.
Hoofdstuk 9a:
Artikel 25
Bevoegdheden van de inspecteur
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Drechtsteden