In de Financiële Verordening wordt gerefereerd aan artikel 160, derde lid van de Gemeentewet waarbij het college opgedragen wordt bij o.a. het aangaan van garantstellingen de risico’s zoveel mogelijk te verminderen. Met deze nota wordt de nota garantiebeleid 2004 geactualiseerd.
1.1 Beleid
Oegstgeest voert vanaf 2004 een terughoudend garantiebeleid in het kader van risicobeheersing. Reden hiervoor is dat bij een garantstellingen de gemeente toezegt kosten te dragen in bepaalde situaties waarop zij zelf geen invloed heeft. Het risico gaat volledig over van de geldverstrekker naar de gemeente.
Ten opzichte van de nota 2004 zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd in de nota:
de aanvrager dient een opgaaf van het gemeentelijk publieke belang van de activiteiten te verstrekken;
het risico voor de gemeente moet passen binnen ons weerstandsvermogen;
in de nota worden de weigeringsgronden expliciet benoemd.
1.2 Doel, werking en vormen van gemeentegarantie
Doel
De gemeente verstrekt geen leningen aan private (gesubsidieerde) instellingen maar kan wel meewerken aan het verstrekken van een garantstelling. Een garantstelling door de gemeente heeft als doel om een private (gesubsidieerde) instelling de mogelijkheid te bieden om een voorziening tot stand te brengen, die bijdraagt aan de gemeentelijke doelstellingen. Het gaat hierbij om die initiatieven, waarbij bankinstellingen niet bereid zijn om zonder een garantstelling financieringsmiddelen beschikbaar te stellen.
Werking
In feite is een garantie een vorm van financiële dienstverlening, waarbij een geldverstrekker de lening verstrekt en het risico van betaling van rente en aflossing bij de gemeente ligt. Wanneer de instelling niet in staat is de lening terug te betalen, wordt de gemeente aangesproken voor de nakoming van de verplichtingen uit de lening.
Bij de gewaarborgde lening stelt de gemeente zich ten opzichte van een geldverstrekker onder voorwaarden garant voor de rente- en aflossingsverplichtingen van een af te sluiten geldlening.
Vormen
Garantstellingen zijn er in diverse vormen. Binnen de gemeente Oegstgeest komt momenteel de vorm voor van de directe en indirecte garantieverlening. Bij directe garantieverlening stelt de gemeente zich onder voorwaarden, ten opzichte van een geldgever, garant voor de rente- en aflossingsverplichtingen van een door een instelling af te sluiten geldlening. Door het afgeven van een garantie neemt de gemeente het risico op zich dat de geldnemer in gebreke blijft bij het betalen van de rente en aflossing op de lening. In dit voorkomende geval zal de gemeente op grond van de garantstelling worden aangesproken.
Bij een indirecte garantieverlening loopt de gemeente via een achtervang positie risico. Dit speelt bij waarborgfondsen. Waarborgfondsen zijn op veel beleidsterreinen actief.
1.3 Risico’s voortvloeiend uit garantstellingen
Aangezien de garantstelling van de gemeente altijd kan worden aangesproken, kleven er aan het afgeven van een garantie altijd risico’s. De omvang van het gemeentelijk risico laat zich moeilijk inschatten. Het risico is onder meer afhankelijk van:
De omvang en looptijd van de afgegeven garantie;
De ontwikkeling van de financiële positie van de instelling en het vermogen van de instelling om te voldoen aan de verplichtingen;
De al dan niet verkregen zekerheidsstelling ten gunste van de gemeente;
De ontwikkeling van de economische waarde van het object (= de zekerheid);
De kwaliteit van het financieel beheer binnen de instelling.
Om de risico’s zoveel mogelijk te beperken, is het van belang dat er inhoud wordt gegeven aan het beleid met betrekking tot acceptatie en beheer van garanties. Ook de informatievoorziening met betrekking tot de potentiële risico’s dient vormgegeven te worden.
Artikel 1
Inleiding
Onderdeel van Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oegstgeest houdende Nota garantiebeleid 2017