Naar hoofdinhoud
2.1 Waarborgfondsen In het kader van risicobeheer hebben veel gemeenten in de afgelopen jaren het aantal afgegeven garanties op door anderen aangetrokken leningen aanmerkelijk beperkt. Naast het vormen van eigen beleid is dit ook mede mogelijk gemaakt door de komst van een aantal waarborgfondsen. Uitgangspunt is om alleen gemeentegarantie te verlenen indien de instelling niet in staat is om de lening onder te brengen bij een waarborgfonds. De criteria van de waarborgfondsen zijn te vinden op de internetsites. Enerzijds kan dit voorkomen doordat er voor de betreffende garantstelling geen waarborgfonds bestaat. Anderzijds kan het zijn dat een waarborgfonds niet wenst over te gaan tot garantstelling. In dit laatste geval zal de gemeente ook zeer voorzichtig moeten zijn met het verstrekken van de garantie. In het algemeen zal het zo zijn dat de financiële positie van de aanvrager te wensen overlaat. De gemeente kan in deze situaties nog wel een bemiddelende rol vervullen om de financiering alsnog te realiseren. Indien de gemeente, vanwege de maatschappelijke relevantie, toch besluit om garantie te verstrekken dan zijn aanvullende maatregelen nodig om het risico te beperken. 2.2 Acceptatie van aanvraag tot garantstelling Het opstellen van bindende richtlijnen voor de acceptatie van garanties is een belangrijke stap bij de risicobeperking. Uitgangspunt bij het accepteren van een garantstelling is dat er alleen garanties worden verstrekt indien wordt bijgedragen aan de gemeentelijke beleidsdoelstellingen. Een aanvraag kan in de volgende 5 stappen worden beoordeeld. Stap 1 Reikwijdte van de garantstelling en winstoogmerk Voordat de aanvraag inhoudelijk in behandeling wordt genomen dient eerst te worden getoetst of de aanvrager: een rechtspersoon is met een ideële doelstelling en niet gericht op winststreven Stap 2 Volledigheid van de aanvraag Een aanvraag tot garantstelling dient schriftelijk bij het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend. De aanvraag dient voorzien te zijn van: een opgaaf van het gemeentelijk publieke belang van de activiteiten van de aanvrager; een exemplaar van de statuten; een opgave van de bestuurssamenstelling; financiële stukken (begroting, jaarrekening(en), liquiditeitsprognose, investeringsonderbouwing, meerjarenperspectief) waarmee de financiële toetsing kan worden uitgevoerd; verklaring van twee kredietverschaffers, waarin wordt ingegaan op de noodzaak van garantstelling (zie ook stap 3); de voorwaarden van de te sluiten geldlening; het ontwerp van de overeenkomst van de geldlening/ akte van borgstelling; afwijzing van het betreffende waarborgfonds , inclusief toelichting. Stap 3 Noodzaak van gemeentelijke garantstelling Gekeken zal moeten worden of de betreffende instelling de gemeente nodig heeft voor de financiering van de gewenste investering. Door deze toetsing kan worden voorkomen dat gemeentegaranties worden aangevraagd met als doel het verkrijgen van gunstige leningsvoorwaarden. Concreet zullen bij de toetsing van de noodzaak tot gemeentegarantie de volgende vragen moeten worden gesteld: Is het mogelijk de lening voor garantstelling bij een waarborgfonds onder te brengen? Bij afwijzing door een waarborgfonds wordt ingegaan op de vraag wat de reden hiervan is en waarom de gemeente dan hiertoe wel zal moeten overgaan. In het voorstel aan het college van burgemeester & wethouders dient duidelijk te worden ingegaan op het risicoprofiel van de aanvrager; Wordt gemeentegarantie verplicht gesteld door minimaal twee krediet verschaffende instellingen ? De aanvrager dient verklaringen in van twee (eventueel door de gemeente aan te wijzen) kredietverschaffers, waarin wordt ingegaan op de vraag om welke reden deze kredietverschaffers gemeentegarantie verplicht stellen; Is gekeken naar alternatieve financiering, zoals bijvoorbeeld crowdfunding? Stap 4 Publieke taak (Maatschappelijk - en publiek belang) of belangrijke gemeentelijk beleidsinvloed Uitgangspunt van garantstelling is dat er wordt bijgedragen aan de gemeentelijke beleidsdoelstellingen. De aanvraag dient te worden gekoppeld met het door de gemeente geformuleerde beleid op het terrein waarop de betrokken instelling werkzaam is. Bezien dient te worden: In hoeverre de investering in het gemeentelijk beleid past; Hoe groot de invloed van de gemeente op het betreffende beleidsterrein is. Stap 5 Beoordeling van het risico Aan de hand van de meegestuurde financiële stukken (jaarrekening, begroting, liquiditeitsprognose, meerjarenplannen, investeringsonderbouwing) dient te worden bepaald of het risico van garantstelling voor de gemeente acceptabel is. Om het risicoprofiel te verlagen is het van belang om zekerheden te verkrijgen. Bij instellingen met matige solvabiliteits- en liquiditeitsratio’s dient veel aandacht te worden besteed aan de solvabiliteit en de kwaliteit van het sturings- en beheersingsinstrumentarium. Daarnaast dient de aanvrager aan te kunnen tonen dat het exploitatiesaldo in de drie verstreken boekjaren een zodanige ontwikkeling heeft doorgemaakt dat de exploitatie in het lopende en volgende jaar dekkend zal zijn. Bij de beoordeling dient financieel advies ingewonnen te worden bij Servicepunt71. Vooral in die gevallen waarin garantstelling door een waarborgfonds is geweigerd, is een uitgebreide financiële beoordeling van groot belang. Stap 6 Besluit acceptatie Indien het risico als acceptabel wordt aangemerkt en de aanvrager voldoet aan de eisen van maatschappelijk belang, kan men de aanvrager op de volgende manieren behulpzaam zijn: De gemeente werkt mee aan garantstelling via een extern garantiefonds De gemeente staat zelf garant voor lening. Indien uit de financiële toetsing blijkt dat, ondanks het maatschappelijk belang, het risico te groot is, dan kan de gemeente toch nog besluiten om een bemiddelende rol te vervullen om de financiering alsnog te realiseren. 2.3 Voorwaarden bij verlenen van garanties Door het verbinden van standaardvoorwaarden aan een garantieverstrekking kunnen de risico’s beperkt worden. Enerzijds dient de aanvrager alles in het werk te stellen om eventuele risico’s c.q. waardeverminderingen van de objecten te beperken. Een en ander kan worden gerealiseerd door de volgende standaardvoorwaarden op te nemen. De objecten in voldoende mate te verzekeren; De objecten voortdurend in goede staat houden. Anderzijds dient de aanvrager die handelingen na te laten, welke de zekerheid van de waarde van de objecten vermindert. Voor o.a. de volgende handelingen is dan ook toestemming van het college van burgemeester en wethouders vereist: Het geven van een andere bestemming aan de betreffende objecten; Het bezwaren of vervreemden van de betreffende objecten; Het wijzigen van de statuten van de aanvrager; Het cederen of in zekerheid overdragen van vorderingen, het zich borg stellen dan wel als hoofdelijk schuldenaar verbinden, evenals het afsluiten van enige overeenkomst inzake het aangaan of verstrekken van geldleningen. Eveneens is de aanvrager verplicht tot: Het verstrekken van zekerheden voor de gemeente als garantieverstrekker (bv. Het vestigen van recht op eerste hypotheek); Het uitsluitend aanwenden van de geldlening voor de financiering van het in de aanvraag genoemde object; Het op eerste aanvraag verstrekken van aanvullende informatie met betrekking tot verlangde inlichtingen welke burgemeester en wethouder nodig achten ter beoordeling van het financieel beheer van de aanvrager. Het verstrekken van de jaarrekening, inclusief accountantsverklaring of akkoord van de kascommissie, binnen 4 maanden na het verstrijken van het boekjaar. Het verstrekken van de begroting tenminste 4 maanden voor aanvang van het boekjaar; Het inrichten van de begroting op een manier die voldoet aan de eisen van de gemeente; Het verstrekken van een voorkeursrecht tot navordering indien de gemeente haar garantieverplichting moet nakomen. De terugbetaling van de door de gemeente gedane betalingen vindt plaats met vergoeding van de dan geldende wettelijke rente, te berekenen vanaf het tijdstip van betaling door de gemeente. De jaarlijkse afschrijvingen op de objecten, welke met door de gemeente gegarandeerde geldlening(en) zijn gefinancierd gelijke pas te laten lopen met de jaarlijkse aflossing. Het terstond, aan burgemeester en wethouders, verstrekken van inlichtingen, waarvan zij redelijkerwijs zou mogen verwachten dat die van belang zijn voor de garantstelling. Het nemen van al die maatregelen, die burgemeester en wethouders uit hoofde van de verleende garantie noodzakelijk achten, ter waarborging van de financiële belangen van de gemeente. Het aan burgemeester en wethouders verstrekken van een verklaring waarbij zij zich verplicht tot naleving van de gestelde voorwaarden. De gemeente kan de aanvrager verplichten een WA- of fraudeverzekering af te sluiten. 2.4 Beheer van garanties Het beperken van de risico’s houdt niet op na de acceptatiefase. Ook een goed beheer is daarvoor een vereiste. Risico’s moeten inzichtelijk en hanteerbaar zijn, zodat al in een vroeg stadium probleemgevallen kunnen worden gesignaleerd. Het beheer bestaat uit: Inhoudelijk beheer Bij het inhoudelijk beheer gaat het om de gang van zaken bij de aanvrager zonder direct naar de cijfers te kijken. Aandacht bij dit beheer krijgen: informatie over beleidsontwikkelingen bij de aanvrager; ambtelijke en bestuurlijke overleggen; de mate waarin de gestelde verplichtingen worden nagekomen; ontwikkelingen in het activiteitenniveau van de instelling; klachten van burgers en publiciteit in de media; ontwikkelingen op landelijk niveau bij soortgelijke instellingen. Het inhoudelijk beheer valt onder de verantwoordelijkheid van de betreffende beleidsafdeling. Financieel beheer Het financieel beheer dient zich te richten op de vraag of de continuïteit van de instelling in de toekomst gewaarborgd is, zodat het risico van de garantstelling aanvaardbaar is. Hiervoor worden beoordeeld: de jaarrekening (eventueel met accountantsverklaring) de begroting tussentijdse rapportages andere gevraagde informatie Het financieel beheer valt onder de verantwoordelijkheid van de betreffende beleidsafdeling. Deze afdeling wordt hierin ondersteunt en geadviseerd door Servicepunt71. Servicepunt71 registreert de garantstellingen en stelt jaarlijks de staat van gewaarborgde geldleningen op. Servicepunt71 ontvangt van de beleidsafdelingen van Oegstgeest de jaarrekening van de instelling met garantie en toetsen de financiële positie van de instelling. Aan het eind van het begrotingsjaar vraagt Servicepunt71 de stand van de leningen waar wij garant voor staan op bij de financiële instelling (geldverstrekkers). Servicepunt71 stelt hiermee de staat van gewaarborgde geldleningen op. Servicepunt71 adviseert de concerncontroller bij de begroting en de jaarrekening over de risico’s van de garantstellingen ten behoeve van het weerstandsvermogen. Het bewaken van de gestelde kaders van het garantiebeleid valt onder de verantwoordelijkheid van de concerncontroller. Servicepunt71 controleert jaarlijks of de saldobiljetten die van de banken worden ontvangen gelijk zijn met de informatie op de garantiestaat. 2.5 Achterstandsbegeleiding Indien het signaal binnenkomt dat een aanvrager niet meer in staat is om zijn verplichtingen te voldoen, dient een vorm van achterstandsbegeleiding vorm te krijgen. Dit is voor zowel de gemeente als de aanvrager van belang. De betreffende beleidsafdeling is verantwoordelijk voor de achterstandsbegeleiding. Door begeleiding te bieden bij problemen wordt de kans groter dat de aanvrager de verplichtingen toch kan voldoen, waardoor het risico voor de gemeente afneemt. Servicepunt71 kan in dit proces de beleidsafdeling adviseren en ondersteunen. 2.6 Afwikkelingsfase Bij faillissement, surséance van betaling of ontbinding van de aanvrager dient getracht te worden de verliezen voor de gemeente te beperken. Het volgende wordt daarbij in acht genomen; De aanvrager dient haar voornemen tot ontbinding tenminste 13 weken voordat het definitieve besluit wordt genomen ter kennis te brengen van het college van burgemeester en wethouders; Indien de gemeente voor een resterend verlies wordt aangesproken, dan dient te worden nagegaan of de geldverstrekker heeft voldaan aan de zorgplicht. Deze heeft betrekking op de meldingsplicht van kapitaalverstrekkers bij betalingsachterstanden. Is dit niet het geval dan vervalt voor de gemeente de financiële verplichting uit de garantstelling. In sommige gevallen zal in verband met financiële problemen een gedwongen verkoop van het onderpand moeten plaatsvinden. Het verlies kan beperkt blijven indien de gemeente de gelegenheid heeft het tijdstip van verkoop te bepalen. Daarvoor dient reeds in een vroegtijdig stadium contact te worden opgenomen met de betreffende instelling, de kapitaalverstrekkers, makelaars en potentiële kopers. Nagegaan dient te worden in hoeverre schade kan worden verhaald op een verzekeringsmaatschappij, bestuurders (vanwege hoofdelijke aansprakelijkheid) of de accountant van de betrokken instelling. Indien de gemeente wordt aangesproken voor de betaling van rente en aflossing van de gegarandeerde geldlening, blijft deze betaling als schuld op de aanvrager rusten, vermeerderd met de wettelijke rente.

Rechtspraak bij dit artikel