Naar hoofdinhoud
De inkomensgrenzen als bedoeld in artikel 3 van de verordening worden als volgt vastgesteld: Gezinssituatie Van 1 januari 2016 tot 1 juli 2016 Van 1 juli 2016 tot 1 januari 2017 Alleenstaande tot 21 jaar € 250,90 € 252,05 21 tot pensioengerechtigde leeftijd € 1.016,47 € 1.021,12 AOW leeftijd of ouder € 1.142,05 € 1.147,74 wonend in een AWBZ instelling € 374,13 € 385,62 Alleenstaande ouder tot 21 jaar € 541,32 € 543,80 21 tot AOW leeftijd € 1.306,89 € 1.312,87 AOW leeftijd of ouder € 1.404,13 € 1.410,33 Gehuwden/Samenwonend beiden tot 21 jaar, zonder kind € 501,80 € 504,11 beiden tot 21 jaar, met kind(eren) € 792,22 € 795,87 één van de partners onder de 21 jaar, zonder kind € 976,95 € 981,43 één van de partners onder de 21 jaar, met kind(eren) € 1.267,37 € 1.273,17 beiden 21 tot AOW leeftijd € 1.452,10 € 1.458,74 één of beide partners pensioengerechtigde leeftijd € 1.560,14 € 1.567,04 wonend in een AWBZ instelling € 633,56 € 635,86 N.B. alle bedragen per maand exclusief v.t. Van aanvragen die in 2017 worden gedaan, wordt het inkomen getoetst aan de hand van het inkomen over de peilmaanden januari 2016 en september 2016. De middelen als bedoeld in artikel 31, zevende lid van de wet worden buiten beschouwing gelaten als de belanghebbende 27 jaar of ouder is op 31 december 2017. Voor zelfstandigen is het tweede lid niet van toepassing. Het jaarinkomen van een zelfstandige is bepalend voor het recht op financiële bijdrage. Het inkomen wordt aangetoond door het jaarverslag, de verlies- en winstrekening, de balans en de bijbehorende toelichting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel