Naar hoofdinhoud
De vermogensgrenzen, als bedoeld in artikel 3 van de verordening, bedragen: het bedrag genoemd in artikel 34, derde lid van de wet, verhoogd met € 5.000,00 voor een alleenstaande en voor een alleenstaande ouder en € 10.000,00 voor gehuwden/samenwonenden. Bij het vaststellen van het vermogen zijn de volgende bepalingen van toepassing: het vermogen op de peildatum is bepalend; het vermogen wordt op dezelfde manier vastgesteld als gebruikelijk is bij de uitvoering van de wet; het vermogen in de woning blijft buiten beschouwing; het vermogen in motorvoertuigen blijft buiten beschouwing tot een bedrag van € 3.000,00.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel