Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.4

Onderzoek

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Rijssen-Holten 2017

Na ontvangst van de melding heeft het College zes weken de tijd om onderzoek te doen. Het Gesprek maakt onderdeel uit van dit onderzoek. In dit gesprek zijn in ieder geval de volgende onderwerpen aan de orde: a. de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt; b. het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; c. de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; Van gebruikelijke hulp is sprake indien er een huisgenoot aanwezig is, die in staat kan worden geacht de ondersteuning over te nemen. Onder huisgenoot wordt verstaan: iedere persoon met wie de belanghebbende duurzaam gemeenschappelijk een woning bewoont, anders dan in een commerciële huurders- of kostgangersrelatie. Een huisgenoot is bijvoorbeeld een partner, een inwonend kind, maar zijn ook inwonende ouders. Of er sprake is van inwonendheid wordt naar de concrete feitelijke situatie beoordeeld. Daarbij staat inwonend tegenover het hebben van een volledig eigen en zelfstandige huishouding, waarbij er geen zaken zoals huisnummer, kosten nutsvoorzieningen, voordeur e.d. door elkaar lopen. Bij gebruikelijke hulp wordt rekening gehouden met de leeftijd van de huisgenoot. Tot 18 jaar wordt van huisgenoten verwacht dat zij wat betreft huishoudelijke ondersteuning hun bijdragen leveren bijvoorbeeld door hun eigen kamer schoon te houden en/of door hand- en spandiensten te verrichten, zoals het doen van (kleine) boodschappen, het helpen bij de afwas, enz. Bij gebruikelijke hulp wordt uitgegaan van de mogelijkheid om naast een volledige baan een georganiseerd huishouden te kunnen voeren. Alleen bij daadwerkelijke afwezigheid van de huisgenoot gedurende zeven aaneengesloten etmalen zullen de niet-uitstelbare taken overgenomen kunnen worden. Bij het zwaar en licht huishoudelijk werk gaat het veelal om uitstelbare taken. Alleen als schoonmaken niet kan blijven liggen (regelmatig geknoeide vloeistoffen en eten) zal dat direct moeten gebeuren. Hier zal dan ondanks de gedeeltelijk gebruikelijke zorg wel voor geïndiceerd worden. d. de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; e. de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; f. de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening, zoals opgenomen in het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet, of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; g. de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en andere partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang; h. de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken; i. welke bijdragen in de kosten die cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de wet verschuldigd zal zijn, en j. de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de cliënt dan wel diens vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze. Als de burger een persoonlijk plan heeft overhandigd, dan wordt dit plan betrokken bij het onderzoek en daarom als onderwerp in het Gesprek meegenomen. Als de hulpvraag van de burger voldoende bekend is, kan het College in overleg met de burger afzien van het voeren van het Gesprek. Hierbij valt te denken aan het feit dat met de burger korter dan zes maanden geleden een Gesprek is gevoerd, de hulpvraag voortkomt uit noodzaak tot aanpassen van een reeds verstrekte voorziening, burger uitgebreid bekend is bij het College. De opsomming c tot en met h geven de volgorde aan waarin oplossingsrichtingen worden besproken. Bij het in kaart brengen van de hulpvraag en de mogelijke oplossingen wordt eerst gekeken of de burger op eigen kracht, met gebruikelijke hulp of met algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn probleem kan oplossen en daarmee zijn zelfredzaamheid of participatie kan behouden of verbeteren. Is dat niet het geval dan wordt bekeken of de inzet van mantelzorg of andere personen uit het sociaal netwerk kan zorgen voor behoud of verbetering van zelfredzaamheid of participatie. Levert dit geen adequate oplossingen op dan wordt bezien of ondersteuning van de mantelzorger een oplossing biedt. Vervolgens kijkt men of er algemene voorzieningen of samenwerkingen met andere partijen in het sociale domein beschikbaar zijn die zorgen voor behoud of verbetering van zelfredzaamheid of participatie. Als al deze oplossingsrichtingen niet aanwezig, adequaat of beschikbaar zijn, wordt de mogelijkheid van een maatwerkvoorziening onderzocht. Het resultaat van het onderzoek is, dat de ondersteuningsbehoefte in kaart is gebracht en dat inzicht is verkregen in de mogelijkheden van de hulpvrager en de sociale omgeving om zelf bij te dragen aan een oplossing. In deze fase wordt bepaald wat het resultaat zou moeten zijn van de ondersteuning. Met andere woorden: wat kan de hulpvrager straks wel, wat hij nu niet kan? De eigen kracht van de belanghebbende staat centraal in het gesprek. Het doel hiervan is om de belanghebbende te stimuleren tot en betere kansen te bieden om volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving. Dit vraagt om individueel maatwerk waarbij de eigen kracht van de belanghebbende en zijn omgeving ook wordt meegenomen in de overweging. Het heeft de voorkeur om het gesprek in een rustige en veilige omgeving te voeren, dus in een spreekkamer en niet aan de balie. Het voeren van het gesprek in de thuissituatie kan van belang zijn, omdat de gespreksvoerder, dan in relatief korte tijd met eigen ogen een indruk kan krijgen van de leefsituatie van de hulpvrager. Als ook de woonsituatie van belang is, is een huisbezoek zelfs noodzakelijk. Bij een herhalingsvraag kan het gesprek, afhankelijk van de situatie, ook telefonisch plaatsvinden, als dit maar leidt tot het in kaart brengen van de ondersteuningsbehoefte en het samen vaststellen van het te bereiken resultaat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel