Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.4.1

Algemeen gebruikelijke voorzieningen

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Rijssen-Holten 2017

In artikel 5, eerste lid onder c en in artikel 8, tweede lid onder 2 van de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning wordt de volgende begripsbeschrijving gehanteerd: Voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten. Uit jurisprudentie blijkt dat een voorziening algemeen gebruikelijk is als deze voldoet aan de volgende criteria: De voorziening kan voor een persoon zonder beperkingen in een financieel vergelijkbare positie worden gerekend tot het normale aanschaffingspatroon; De voorziening is in de reguliere handel te koop; De voorziening is niet duurder dan soortgelijke producten; De voorziening is niet speciaal bedoeld voor personen met beperking(en). Iedere voorziening die voldoet aan deze criteria voor de persoon van de aanvrager kan gezien worden als een algemeen gebruikelijke voorziening. Algemene gebruikelijke voorzieningen zijn voorzieningen (artikelen en/of spullen en gedragingen dus geen diensten) die normaal in winkels te koop zijn, die door de gemiddelde Nederlander gewoon gebruikt kunnen worden en die een geaccepteerde prijsstelling hebben. Een fiets met een lage instap en een elektrische fiets zijn goede voorbeelden van algemeen gebruikelijke voorzieningen. Het is mogelijk dat een voorziening algemeen gebruikelijk is, maar dat de aanpassingen die daarop nodig zijn, niet algemeen gebruikelijk zijn. In dat geval kunnen alleen de aanpassingen voor een maatvoorziening in aanmerking komen. Ook kan het voorkomen dat een voorziening algemeen gebruikelijk is, maar niet in de levensfase van de belanghebbende. Een voorbeeld hiervan is een autostoeltje voor kinderen waarvoor dit op basis van hun leeftijd niet meer verplicht is. In dat geval kan de voorziening in het kader van de Wmo worden verstrekt. Op deze regel kan een uitzondering worden gemaakt als er sprake is van een calamiteit. Dit houdt in dat iemand door een plotseling optredende beperking voorheen adequate voorzieningen moet vervangen, die zonder deze calamiteit nog niet vervangen zouden zijn. De gemeente houdt hierbij rekening met de afschrijvingstermijnen van de voorzieningen. Als de afschrijvingstermijn is verstreken, komt een voorziening niet voor vergoeding in aanmerking. Alleen de meerkosten die worden veroorzaakt door de aanwezige beperking, kunnen voor vergoeding in aanmerking komen. De gehanteerde afschrijvingstermijnen staan beschreven in de bijlage “beleid huurverhoging na woningverbetering”.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel