Inleiding
Het kunnen beschikken over een leefbaar huishouden heeft betrekking op de ruimten die nodig zijn voor het normale gebruik van de woning en die daadwerkelijk dagelijks in gebruik zijn. Uitgezonderd zijn de zorg voor dieren en werkzaamheden die buiten de woning plaatsvinden, zoals bijvoorbeeld ramen lappen buiten, straat vegen en tuinonderhoud.
Afwegingskader
Het gaat om alle activiteiten teneinde het huis, exclusief de tuin, maar inclusief balkon en berging, schoon en leefbaar te houden.
Als uit het onderzoek blijkt dat een maatwerkvoorziening de meest adequate oplossing is, dan zal de gemeente hiermee ondersteunen.
wordt samen met (een wettelijk vertegenwoordiger van) de burger opgesteld. Bij het vaststellen van een plan is het maatschappelijk ondersteuningsplan van de gemeente het uitgangspunt;
wordt minimaal één keer per jaar met de burger en/of de burgervertegenwoordiger besproken. In het plan wordt dit vastgelegd. Bijstellingen en veranderingen in het ondersteuningsplan worden schriftelijk vastgelegd;
wordt conform het gemaakte maatschappelijk ondersteuningsplan geboden;
vertaalt de opdracht in concrete werkafspraken: welke huishoudelijke ondersteuning ontvangt de burger, op welke dagen en tijdstippen, passend in zijn dag- weekprogramma;
bevat ook praktische afspraken, zoals over het omgaan met sleutels van burger;
beschrijft hoe de ondersteuning is afgestemd met eventuele mantelzorgers en hoe het eigen netwerk van de burger daar waar mogelijk een actieve rol speelt in de huishoudelijke ondersteuning;
dient door zowel burger als aanbieder ondertekend te zijn;
wordt aan de burger ter beschikking gesteld.
De uiteindelijke invulling wordt tussen cliënt en aanbieder vastgesteld.
De hulp kan door het college worden toegekend in natura, in de vorm van een persoonsgebonden budget (PGB) of een persoonsgebonden budget-alfa (PGB-alfa). Toelichting: Kiest de hulpvrager voor zorg in natura, dan heeft hij de keuze uit een aantal aanbieders waarmee de gemeente een contract heeft afgesloten. De gemeente zorgt er dan voor dat het resultaat wordt behaald. Kiest de hulpvrager voor een PGB, dan ontvangt hij een bepaald budget, waarmee hij bij een leverancier van zijn eigen keuze de betreffende hulp kan inkopen. Het PGB wordt overgemaakt naar de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Vanuit de Wet is vastgelegd dat het zogenaamde trekkingsrecht geldt voor PGB’s vanuit de Wmo. Degene die de ondersteuning levert dient per periode een factuur in. Na goedkeuring door de SVB wordt het PGB direct naar de leverancier van ondersteuning overgemaakt. Hiervoor moet een ondertekende en goedgekeurde zorgovereenkomst tussen cliënt en leverancier naar de SVB worden opgestuurd.
De gemeente Rijssen-Holten heeft met een aantal bemiddelingsbureaus werkafspraken gemaakt. Bij huishoudelijke hulp kent het college hulp toe in te behalen resultaten.
Ook bij mantelzorgers kan sprake zijn van problemen met een schoon huis. Dit is een afgeleid recht van de verzorgde, zodat geen zelfstandig recht ontstaat.
Als er sprake is van regieproblematiek kan een beroep gedaan worden op het pluspakket huishoudelijke ondersteuning. Dit pluspakket wordt ingezet als aanvulling op het reguliere pakket huishoudelijke ondersteuning.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1.1
Resultaat 1: wonen in een leefbaar huis
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Rijssen-Holten 2017