Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1.2

Resultaat 2: Wonen in een voor cliënt geschikt huis

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Rijssen-Holten 2017

Inleiding De Wmo 2015 stelt dat het College de zelfredzaamheid en participatie van haar burgers moet bevorderen, zodat zij zo lang mogelijk in hun eigen omgeving kunnen blijven wonen. Hiermee wordt nadrukkelijk niet bedoeld dat dit in de huidige woning moet plaatsvinden. Bedoeld wordt dat burgers zolang mogelijk extramuraal moeten kunnen blijven wonen. Als de burger met een beperking niet zelfstandig kan wonen in een voor hem geschikt huis, kan het college een woonvoorziening treffen. De woonvoorziening verhelpt of vermindert de beperkingen of problemen zodat de burger zelfstandig kan wonen in een voor hem geschikte woning. Hiervoor moet de burger in staat zijn om normale (elementaire) woonfuncties te kunnen verrichten, zoals: • slapen • eten • lichaamsreiniging • toiletgebruik • het doen van essentiële huishoudelijke werkzaamheden • koken en keukengebruik • horizontale en verticale verplaatsingen binnen de woning en • toegang tot de woning • het veilig kunnen spelen in de woonruimte (ingeval van kinderen) • het aan- en uitkleden, wassen en verschonen van een baby Uit het bovenstaande blijkt dat woonvoorzieningen betrekking kunnen hebben op het verbeteren van de bereikbaarheid, de toegankelijkheid, de doorgankelijkheid en de bruikbaarheid van de woning. Als richtlijn hanteert hierbij het “Handboek voor Toegankelijkheid” (bijlage 2). Problemen die alleen te maken hebben met het bereiken van hobby-, werk-, of recreatieruimten zijn in principe geen reden voor het toekennen van een woonvoorziening. Daarbij is er één belangrijke voorwaarde voordat er ondersteund kan worden: er moet een woning zijn. Als er geen woning is, is het niet de taak van de gemeente om voor een woning te zorgen. Iedere Nederlandse burger dient zelf voor een woning te zorgen. Bij de keus van een woning wordt uiteraard rekening gehouden met de eigen situatie. Dat betekent ook dat er met bestaande of bekende beperkingen rekening wordt gehouden. Als de woning dan nog niet geschikt is kan het college hierbij ondersteunen. Voorwaarden Om in aanmerking te komen voor een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening of een PGB voor kosten voor verhuizing en herinrichting moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan: Verhuizen naar een adequate(re) woning is voorliggend op een woonvoorziening De beperkingen worden niet veroorzaakt door de aard van de, in de woning, gebruikte materialen; De aan te passen woning moet niet een van de volgende woonruimten betreffen: hotel, pension, trekkerswoonwagen, kloosters, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen die niet zijn bestemd voor permanent gebruik, ADL-clusterwoningen en gehuurde kamers. kamer in een Wlz-instelling (met uitzondering van de in- en aanleunwoningen). Voor iemand die in een instelling verblijft, kan in bijzondere omstandigheden een woning "bezoekbaar" gemaakt worden. Dit betekent dat iemand de woonruimte, de woonkamer en een toilet kan bereiken en gebruiken. De voorziening is niet bedoeld voor gemeenschappelijke ruimten. Uitzonderingen hierop kunnen zijn: automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte; De noodzaak tot aanpassen is geen gevolg van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestond op basis van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er was een belangrijke reden voor verhuizing. Een belangrijke reden voor verhuizing kan zijn het aanvaarden van een andere baan, samenwonen of huwelijk. Dit moet per situatie worden beoordeeld. Client is niet verhuisd naar de, voor hem of haar beperkingen, meest geschikte woning, tenzij daar vooraf schriftelijke toestemming voor is verleend door het college. De gemeente controleert het woonverleden van de cliënt. Afwegingskader Uitgangspunt is dat iedereen eerst zelf zorg dient te dragen voor een woning. Daarbij mag er van uit worden gegaan dat rekening wordt gehouden met bekende beperkingen, ook wat betreft de gevolgen hiervan voor de toekomst (de eigen woon-carrière). Bijvoorbeeld als iemand 65 jaar is en zijn badkamer gaat renoveren mag een gemeente veronderstellen dat hij - ook al zijn er nog geen beperkingen - rekening houdt met het gegeven dat hij een dagje ouder wordt. Dat betekent dat de persoon in kwestie aan een douche moet denken in plaats van uitsluitend een bad. Toelichting: Een eigen woning kan zowel een gekochte woning zijn als een huurwoning. Ook bij afwijkende situaties, zoals een (woon)boot of een woonwagen met vaste standplaats wordt gesproken van woning. het college beoordeelt of het resultaat wonen in een geschikt huis, ook te bereiken is via een verhuizing. Toelichting: Hierbij zullen alle aspecten worden meegewogen: financiële consequenties van de verhuizing, de termijn waarop een woning beschikbaar komt (in verband met de medische verantwoorde termijn), de argumenten pro en contra verhuizing ten aanzien van de betrokkene en argumenten op basis van eventueel aanwezige mantelzorg. Een zeer zorgvuldige afweging van alle argumenten zal aan het besluit ten grondslag worden gelegd. Bij het in kaart brengen van de financiële consequenties geldt het uitgangspunt dat iedereen geacht wordt de huur voor sociale woningbouw te kunnen betalen. Als cliënt in staat wordt geacht het resultaat middels een verhuizing te behalen, kan hij ervoor kiezen de vergoeding die hij hiervoor ontvangt, in te zetten om de woning aan te passen. Voorwaarde hiervoor is dat het van te voren vastgestelde resultaat wordt bereikt. Voor het verstrekken van een maatwerkvoorziening om te verhuizen (voorheen verhuiskostenvergoeding) wordt uitgegaan van de daadwerkelijk te maken kosten. Als voor het bereiken van het resultaat, het noodzakelijk is, dat de woning wordt aangepast, wordt beoordeeld welke aanpassing in de betreffende situatie het goedkoopst adequaat is. De kosten van aanpassingen aan gemeenschappelijke ruimten, komen voor rekening van de Woningstichting of de betreffende Vereniging voor eigenaren anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte De woningaanpassing wordt in natura of in een PGB verstrekt. De kosten van de voorziening wordt bepaald door het opvragen van één (bij aanpassingen < € 5.000,--) of twee (bij aanpassingen > € 5.000,--) offertes op basis van het opgestelde programma van eisen. Bij de vaststelling van de kosten wordt rekening gehouden met de vastgestelde prijzen voor woningaanpassing (bijlage IV bij het Besluit maatschappelijke ondersteuning). Bij een PGB wordt dit uitbetaald aan de woningeigenaar waardoor de vrijheid blijft bestaan het resultaat op een andere manier te bereiken. Bij een voorziening in natura wordt de factuur uitbetaald aan de leverancier of degene die de voorziening heeft gerealiseerd. Toelichting: De gemeente beoordeelt welke offerte als basis geldt voor het vaststellen van de kosten van de woonvoorziening. De woningeigenaar is verantwoordelijk voor de uitvoering van de woningaanpassing conform het programma van eisen. Na voltooiing van de werkzaamheden, maar uiterlijk 12 maanden na het verlenen van de maatwerkvoorziening, verklaart de woningeigenaar, dat bij het treffen van de Het aanpassen van doelgroepengebouwen zal gebeuren conform de afspraken zoals die door het college gemaakt zijn of worden met de (toekomstige) eigenaar van deze woningen. Bij het bepalen van al dan niet bouwkundige woonvoorzieningen houdt het college rekening met de belangen van mantelzorgers en professionele hulpverleners, zoals bij tilliften en andere hulpmiddelen die door mantelzorgers of professionele hulpverleners bediend moeten worden.

Rechtspraak bij dit artikel