1. Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen, te vernielen of zodanig te beheren, dat het in zijn voortbestaan wordt bedreigd.
2. Het is verboden zonder vergunning van het college of in strijd met bij zodanige vergunning gestelde voorschriften:
a. een gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen;
b. een gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.
3. Het college kan bepalen, dat het voorgaande lid niet meer van toepassing is, zodra in de bescherming van het gemeentelijk monument is voorzien door middel van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 18.
4. Het college kan handelingen uitzonderen van de toepassing van het tweede lid van dit artikel.
Hoofdstuk 2. Gemeentelijke monumenten in de zin van artikel 1, onder 3 a. › Paragraaf 2. Monumentenvergunning.
Artikel 10. Verbodsbepaling
Artikel 10. Verbodsbepaling
Onderdeel van Monumentenverordening 2006