1. De aanvraag van een monumentenvergunning wordt ingediend bij het college.
2. Bij de aanvraag dient gebruik gemaakt te worden van de door of namens het college vastgestelde formulieren.
3. De aanvraag dient de volgens de aanvraagformulieren vereiste gegevens te bevatten en vergezeld te zijn van de volgens de aanvraagformulieren vereiste bescheiden.
4. De aanvraag en de daarbij behorende bescheiden moeten in het Nederlands zijn gesteld.
5. De bescheiden die behoren bij de aanvraag van een vergunning, moeten door de aanvrager of diens gemachtigde worden ondertekend dan wel gewaarmerkt.
Hoofdstuk 2. Gemeentelijke monumenten in de zin van artikel 1, onder 3 a. › Paragraaf 2. Monumentenvergunning.
Artikel 11
De aanvraag
Onderdeel van Monumentenverordening 2006