1. Het college vraagt advies aan de monumentencommissie voordat het beslist op de aanvraag van een monumentenvergunning.
2. Binnen acht weken brengt de monumentencommissie schriftelijk advies uit aan het college.
3. Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van het advies van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen zestien weken na ontvangst van de vergunningaanvraag.
4. Het college kan de in het derde lid genoemde termijn van zestien weken met ten hoogste tien weken verlengen, mits zij de aanvrager daarvan kennis geven binnen de in het derde lid genoemde termijn van zestien weken.
5. Indien het college niet voldoet aan het derde of vierde lid, wordt de monumentenvergunning geacht te zijn verleend.
6. Het college zendt onmiddellijk een afschrift van zijn besluit aan de monumentencommissie.
7. Een monumentenvergunning blijft buiten werking gedurende zes weken na de datum waarop zij is verleend. Indien gedurende deze termijn bezwaar wordt gemaakt op grond van de Algemene wet bestuursrecht, blijft de vergunning buiten werking totdat op het bezwaar en een eventueel beroep en hoger beroep is beslist. Belanghebbenden, onder wie de vergunninghouder, kunnen de president van de rechtbank, onderscheidenlijk de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzoeken de opschorting op te heffen.
Hoofdstuk 2. Gemeentelijke monumenten in de zin van artikel 1, onder 3 a. › Paragraaf 2. Monumentenvergunning.
Artikel 12. Advies van de monumentencommissie en beslissing op de aanvraag
Artikel 12. Advies van de monumentencommissie en beslissing op de aanvraag
Onderdeel van Monumentenverordening 2006