Het maandelijkse aflossingsbedrag van een leenbijstand wordt bepaald op:
6% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm en toeslag bij bijstandsgerechtigden;
6% van het inkomen tot aan de van toepassing zijnde bijstandsnorm en toeslag, vermeerderd met 25% van het inkomen, ten aanzien van niet bijstandsgerechtigden, als dit meer bedraagt dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm.
Het college kan tot kwijtschelding besluiten van de lening aan de in lid 1 onder a of b genoemde belanghebbende als deze gedurende drie jaar volledig aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.
Hoofdstuk 2.
Artikel 5.
Aflossing en kwijtschelding leenbijstand
Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ Meierijstad 2017