In afwijking van artikel 2, sub b kan het college besluiten af te zien van terugvordering of van verdere invordering van de uitkering indien de belanghebbende:
gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan en ten minste 75% van de hoofdsom van de vordering heeft voldaan; of
gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald en ten minste 75% van de hoofdsom van de vordering heeft voldaan; of
gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of
gedurende tien jaar is aangesproken op de terugbetaling van zijn fraudevordering én gedurende de laatste vijf jaren geen betaling meer heeft plaatsgevonden én niet aannemelijk is dat op enig moment nog betalingen verricht zullen gaan worden.
In beginsel wordt een besluit als bedoeld in het eerste lid, aanhef, onder a. of b. slechts genomen als de belanghebbende daarom schriftelijk heeft verzocht. Tot toepassing van het eerste lid, aanhef en onder c. en d. wordt uitsluitend ambtshalve besloten.
Hoofdstuk 2.
Artikel 6.
Afzien van terugvordering of verdere invordering na het voldoen aan de betalingsverplichting
Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ Meierijstad 2017