1. Het college verlaagt de uitkering bij een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet.
2. De verlaging wordt vastgesteld op:
a. 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand, indien door verwijtbaar handelen of nalaten
1° geen of een lager recht op uitkering ontstaat, of;
2° een verlies van een recht op uitkering plaatsvindt;
krachtens een sociale verzekering, of een daarmee naar aard en doel overeenkomende regeling of private verzekering.
b. maximaal 100% van de bijstandsnorm gedurende de periode dat een belanghebbende niet op bijstand zou zijn aangewezen met een maximum van zes maanden, indien hij op verantwoorde wijze de middelen waarover hij beschikte of redelijkerwijs kon beschikken zou hebben aangewend;
c. 10% van de bijstandsnorm gedurende een maand voor elke week of deel van een week waarmee het toegestane verblijf in het buitenland door belanghebbende is overschreden met een maximum van drie maanden;
d. bij overige gevallen van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid met een percentage van de bijstandsnorm gedurende één maand die wordt gerelateerd aan de hoogte van het benadelingsbedrag.
3. Het percentage als bedoeld in het tweede lid, onder d bedraagt:
1°. 10% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,--;
2°. 20% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000,-- tot € 2.000,--;
3°. 40% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.000,-- tot € 4.000,--;
4°. 60% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 4.000,-- tot € 5.000,--;
5°. 70% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 5.000,-- tot € 6.000,--;
6°. 50% van de bijstandsnorm gedurende twee maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 6.000,-- tot € 8.000,--;
7°. 60% van de bijstandsnorm gedurende twee maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 8.000,-- tot € 10.000,--;
8°. 70% van de bijstandsnorm gedurende twee maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 10.000,-- tot € 12.000,--;
9°. 60% van de bijstandsnorm gedurende drie maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 12.000,-- tot € 5.000,--;
10°. 70% van de bijstandsnorm gedurende drie maanden bij een benadelingsbedrag van €15.000,-- tot € 20.000,--;
11°. 100% van de bijstandsnorm gedurende drie maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 20.000,-- of meer.
Hoofdstuk 4.
Artikel 12.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Ede 2017