1. Als een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover personen en instanties die zijn belast met de uitvoering van de Participatiewet als bedoeld in artikel 9, zesde lid, van deze wet, wordt een verlaging opgelegd van 100 % van de bijstandsnorm gedurende één maand.
2. Als de ernst van de in lid 1 genoemde misdraging of de omstandigheden waaronder die begaan is daartoe aanleiding geven, kan het college volstaan met het opleggen van een maatregel van 50 % van de bijstandsnorm gedurende één maand.
3. Als een belanghebbende zich ernstig misdraagt tegenover het college of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de IOAW of IOAZ, wordt een verlaging opgelegd van 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand.
4. Als de ernst van de in lid 3 genoemde misdraging of de omstandigheden waaronder die begaan is daartoe aanleiding geven, kan het college volstaan met het opleggen van een maatregel van 50 % van de bijstandsnorm gedurende één maand.
Hoofdstuk 4.
Artikel 13.
Zeer Ernstige misdragingen
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Ede 2017