1. Als een belanghebbende stopt met het verwerven van de vaardigheden in de Nederlandse taal, of zich hier niet voldoende voor inspant, als bedoeld in artikel 18b lid 6 onderdeel a van de Participatiewet, dan zal de uitkering verlaagd worden met:
a. 20% gedurende de eerste zes maanden;
b. 40% gedurende de daaropvolgende zes maanden.
2. Heeft een belanghebbende het verwerven van de vaardigheden na 12 maanden niet voldoende hervat, dan wordt de uitkering verlaagd met 100% voor onbepaalde tijd.
3. Hervat een belanghebbende het verwerven van de vaardigheden, als bedoeld in artikel 18b lid 6 onderdeel a van de Participatiewet, dan wordt de verlaging opgeschort.
Hoofdstuk 4.
Artikel 14.
Gedragingen in het kader van de Wet Taaleis
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Ede 2017