Lid 1
De vergoeding bedoeld in artikel 6:2:5 lid 5 wordt berekend over ten hoogste twee maal de aanspraak op vakantie over een vol kalenderjaar, uitgaande van het salaris en de werktijd zoals die direct voorafgaand aan het ontslag voor de ambtenaar golden en de leeftijd welke hij bereikt in het kalenderjaar waarin de betrekking wordt beëindigd.
Lid 2
Per jaar kunnen op verzoek van de ambtenaar ten hoogste 21,6 vakantie-uren, waarop krachtens artikel 6:1:1:2 aanspraak bestaat, vergoed worden tenzij hiertegen vanuit financieel of organisatorisch oogpunt bezwaar bestaat.