Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Groen

Onderdeel van Beheersverordening Ceramique 2016

6.1 Besluitvlakomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: groenvoorzieningen; parken; plantsoenen; bermen en beplantingen; taluds; speelvoorzieningen; extensieve (dag)recreatie; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; voorzieningen voor langzaam verkeer; ondergrondse parkeervoorzieningen; additionele voorzieningen, met uitzondering van parkeervoorzieningen op maaiveld. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: er mogen geen nieuwe gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen ten behoeve van additionele voorzieningen en van ondergrondse parkeervoorzieningen; ondergrondse gebouwen of souterrains mogen in maximaal twee ondergrondse bouwlagen worden gebouwd, waarbij de betreffende gebouwen tot maximaal 1,50 meter boven peil mogen worden gebouwd; bestaande gebouwen mogen niet worden uitgebreid, met uitzondering van gebouwen ten behoeve van additionele voorzieningen en van ondergrondse parkeervoorzieningen. 6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: deze mogen in het gehele besluitvak worden gebouwd; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 8 meter bedragen. 6.2.3 Additionele voorzieningen Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van additionele voorzieningen gelden de volgende bepalingen: deze mogen binnen het gehele besluitvlak worden gebouwd; de bouwhoogte van een gebouw ten behoeve van additionele voorzieningen mag niet meer bedragen dan 3,5 meter; de oppervlakte van een gebouw ten behoeve van additionele voorzieningen mag niet meer bedragen dan 15 m². 6.3 Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen ten behoeve van: het voorkomen van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van de aangrenzende gronden en bouwwerken; de situering, de oppervlakte en de bouwhoogte van bebouwing en de aard, hoogte en situering van erfafscheidingen; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de brandveiligheid en rampenbestrijding. 6.4 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en Wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 6 lid 2.3 sub b. ten behoeve van het bouwen van additionele voorzieningen hoger dan 3,5 meter, mits dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersveiligheid en de stedenbouwkundige kwaliteit.

Rechtspraak bij dit artikel