Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Afdeling

Artikel 2:42

Verontreiniging door honden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Leusden 2010-I

De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet: op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede bestemd voor het verkeer van voetgangers; op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak, speelweide of sportvoorziening; op een andere door het college aangewezen plaats. Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid, onder a niet geldt. De eigenaar of houder van een hond is verplicht bij het uitlaten van die hond een geschikt opruimmiddel voor het verwijderen van de uitwerpselen bij zich te hebben. Blote handen of een zakdoek worden niet aangemerkt als geschikt opruimmiddel. Op eerste vordering van de ambtenaar die belast is met de zorg voor de naleving van de bepalingen van deze verordening, moet de eigenaar of houder van de hond het opruimmiddel tonen. De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.

Rechtspraak bij dit artikel