Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke boete gemeente Barneveld

1.. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, Bbz 2004, de Algemene wet Bestuursrecht (AWB) en het Boetebesluit sociale zekerheidswetten. 2.. In deze beleidsregels wordt verstaan onder: a. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld; b. de bijstandsnorm: de norm als bedoeld in artikel 5 onder c van de Participatiewet; c. de draagkracht: de middelen waarover beschikt kan worden om in de opgelegde bestuurlijke boete te kunnen voldoen; d. inlichtingenplicht: de verplichting als bedoeld in artikel 17, eerste lid Participatiewet en artikel 13, eerste lid van de IOAW en artikel 13, eerste lid IOAZ. e. belanghebbende: degene die de inlichtingenverplichting heeft geschonden. f. benadelingsbedrag: het netto bedrag dat als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan bijstand is ontvangen. g. opzet: het willens en wetens handelen of nalaten, wat ertoe heeft geleid dat ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan bijstand is ontvangen. h. grove schuld: het handelen of nalaten wat ertoe heeft geleid dat ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan bijstand is ontvangen waarbij sprake is van ernstige, aan opzet grenzende mate van nalatigheid. i. normale verwijtbaarheid: het handelen of nalaten waardoor ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan bijstand is ontvangen maar waarbij geen sprake is van verzwarende of verlichtende omstandigheden waardoor belanghebbende niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan. j. verminderde verwijtbaarheid: handelen of nalaten waardoor ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan bijstand is ontvangen maar waarbij sprake is van omstandigheden van sociale, psychische of medische aard waardoor de overtreding belanghebbende niet volledig is aan te rekenen, of waardoor belanghebbende feitelijk niet in staat was zijn verplichtingen na te komen. 3.. Indien een begrip bij de toepassing van deze regeling niet eenduidig blijkt te zijn, bepaalt het college de nadere invulling of uitleg van dit begrip.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel