Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1

Artikel 4.1.5

Bodem en ondergrond

Onderdeel van Milieuplan provincie Groningen 2017-2020

Samenvatting uit de Omgevingsvisie 'Menselijke activiteiten in boven en ondergrond (verkeer, industrie, recreatie, landbouw, mijnbouw, bouwsector) kunnen leiden en hebben geleid tot vervuiling van water, bodem en lucht en tot hinder in onder andere het ruimtelijke en sociaaleconomische domein. De vervuiling belast het ecosysteem en leidt tot gezondheidsrisico's voor mensen. Om deze ongewenste milieueffecten en hinder tegen te gaan werken we onder andere aan de bescherming van de bodem (inclusief grondwater) en ondergrond. Wij hebben daarbij een proces- en regierol gericht op duurzaam beheer. Duurzaam beheer zorgt ervoor dat de kwaliteit van de bodem niet verslechtert en stimuleert een gestage kwaliteitsverbetering. Bodemkwaliteit betreft zowel de chemische, fysische als biologische kwaliteit. Het duurzame beheer is verder uitgewerkt in ons Meerjarenprogramma Bodem en Ondergrond 2015-2019. Het bodembeheer wordt samen met de gemeenten, waterschappen voorbereid, vormgegeven en afgesproken. Onderdelen van het bodembeheer zijn: Het bieden van een basisbeschermingsniveau tegen verschillende bedreigingen (verontreinigingen, overbemesting, erosie, bodemdaling, aardbevingen en gevolgen van klimaatverandering). De blijvende verantwoordelijkheid op grond van de Wet milieubeheer voor de nazorg van stortplaatsen voor afval en baggerspecie, die gesloten zijn na 1 september 1996. Met de nazorg wordt bodemverontreiniging voorkomen. De uitvoering van bodemsanering. Waar de bodem ernstig verontreinigd is en waar ook risico’s aanwezig zijn voor de mens, of voor verspreiding naar het grondwater of voor de ecologie, leggen wij de eerst verantwoordelijke een saneringsplicht op. Bij bodemverontreiniging ontstaan voor 1987 en zonder onaanvaardbare risico’s voor mens en/of milieu, opereren wij pragmatisch. Uitgangspunt is dat de bodem geschikt moet zijn voor het gebruik ervan. Bodemverontreiniging ontstaan na 1987 moet zo snel als redelijkerwijs mogelijk worden opgeruimd en ongedaan gemaakt. In het kader van de Wet bodembescherming verlenen wij vergunningen voor bodemsanering. Een 'duurzaam grondstromenbeleid, dat (lokaal) hergebruik van grond en baggerspecie stimuleert, waarbij geen dan wel zo min mogelijk primaire delfstoffen worden gewonnen. Het stimuleren van een goed gebruik van de bodem door het verstrekken van subsidies aan projecten om duurzaam bodembeheer te bevorderen. Ons beleid voor de ondergrond hebben we uitgewerkt in onze 'Visie ondergrond'. Gezien de toenemende sociaalmaatschappelijke impact die door de aardbevingen wordt veroorzaakt, vinden wij dat we een grotere rol moeten nemen in beleidskeuzes over (mogelijke) activiteiten in de ondergrond. Daarnaast stimuleren wij het gebruik van de ondergrond als bron van duurzame energie. Bij winning van warmte uit bodem en ondergrond (tot 500 meter) willen we meer toepassing van geothermie en warmte- koudeopslag voor de verwarming/koeling van de gebouwde omgeving realiseren. Hiertoe willen wij een goede informatievoorziening op zetten, samenwerken met partijen om deze toename te realiseren en onderzoek naar innovatieve toepassingen (mede)financieren. De winning van zand en klei concentreren wij in een aantal regionale winplaatsen. Deze krijgen na beëindiging een bestemming (bijvoorbeeld natuur en recreatie) op basis van de beëindigingsplannen. Uitbreiding van de bestaande vergunningen is alleen mogelijk in bijzondere omstandigheden zoals een bovenregionaal belang en/of de winning en toepassing van delfstoffen met een unieke kwaliteit. Wij zijn voor deze winningen het bevoegde gezag. De winning van de diepe delfstoffen aardgas en zout is van nationaal belang, waarvoor het Rijk het bevoegde gezag is. Voor zover onze invloed reikt, verlangen wij dat de winning van delfstoffen veilig gebeurt, negatieve gevolgen van de winning geminimaliseerd worden, resterende negatieve gevolgen gecompenseerd worden. Berging en opslag in de diepe ondergrond (in lege gasvelden en zoutcavernes) vallen onder de Mijnbouwwet, waarvoor het Rijk het bevoegde gezag is. Wij faciliteren de opslag van nuttige producten, zoals aardgas, stikstof, waterstof en andere gassen of vloeistoffen. Wij doen dit alleen als aangetoond is dat dit het veilig is. Wij willen geen permanente berging of tijdelijke opslag van afvalstoffen in de diepe ondergrond, met uitzondering van de injectie van uit de mijnbouw afkomstige niet gevaarlijke afvalstoffen.' Decennialang betekende ‘bodembeleid’ vooral ‘bodemsaneringsbeleid’. De provinciale activiteiten betroffen de aanpak van ernstige bodemverontreinigingen. Maar de provinciale inzet verschuift al geruime tijd naar een meer integrale benadering van bodem en ondergrond. Hierbij maakt klassieke uitvoering plaats voor een proces- en regierol. Onze inbreng bij vraagstukken over gebruik van ruimte, bodem en ondergrond wordt daarbij vooral bepaald door de mogelijkheden voor en het behoud van de intrinsieke waarde van de bodem. Met de komst van de Omgevingswet zal het bevoegde gezag voor een deel van het bodembeheer verschuiven van de provincie naar gemeenten. Als het zover is zullen we dit voorbereiden zodat een zorgvuldige overdracht van taken kan plaats vinden. Op het gebied van bodem en ondergrond voeren we taken uit op grond van de Wet bodembescherming en de Ontgrondingenwet en de daarop gebaseerde besluiten. Ook ondersteunen we het Bodemconvenant 2015-2020 met het Rijk dat door IPO mede is ondertekend. Mede met dit convenant worden de budgetten voor bodem verdeeld over de provincies en gemeenten. In het convenant zijn de volgende doelstellingen opgenomen: Een verdere ontwikkeling naar een duurzaam en efficiënt beheer en gebruik van de bodem en ondergrond en daarbij een bijdrage leveren aan het realiseren van maatschappelijke doelen als energievoorziening, drinkwatervoorziening, grondwaterreserves, landbouw, cultuurhistorie, natuur en klimaatmitigatie en klimaatadaptatie. Uitgangspunt is om bij het opstellen of actualiseren van ruimtelijke plannen zoveel mogelijk de boven- en ondergrond als één geheel te beschouwen. Eind 2020 moeten alle gevallen van ernstige bodemverontreiniging met onaanvaardbare humane, ecologische of verspreidingsrisico’s (spoedlocaties) gesaneerd zijn of moeten de risico’s in ieder geval beheersd zijn. Onder het beheer van bodem- en ondergrond valt tevens het omgaan met verontreiniging die geen directe onaanvaardbare risico’s oplevert. Preventie is speerpunt van het bodembeleid. Het in beeld brengen van nieuwe bedreigingen voor het bodem- en watersysteem. Onderzoek naar de vermindering van nazorgkosten en naar het beheer van voormalige stortplaatsen.

Rechtspraak bij dit artikel