**1..** De leidinggevende stelt de beoordeling over de medewerker op.
**2..** Een beoordeling vormt de onderbouwing van een rechtspositionele besluit. Een beoordeling vindt tenminste plaats als:
Een tijdelijke aanstelling al dan niet wordt omgezet in een vaste aanstelling;
Een aanloopschaal al dan niet wordt omgezet in een functionele schaal;
Een extra periodiek wordt toegekend bij structureel uitmuntend functioneren;
Een reguliere periodieke verhoging niet wordt toegepast vanwege onvoldoende functioneren;
Bij disfunctioneren een verbetertraject moet worden opgestart; en
Bij ernstig disfunctioneren een disciplinaire maatregel genomen moet worden.
**3..** Een beoordeling kan daarnaast plaatsvinden op verzoek van zowel leidinggevende als medewerker.
**4..** Beoordeeld wordt de periode die van belang is voor die beoordeling:
bij een beoordeling van een tijdelijke aanstelling: de duur van de tijdelijke aanstelling,
bij een aanloopschaal: de laatste zes maanden;
bij een extra periodiek wegens uitmuntend functioneren de periode van uitmuntend functioneren (minimaal twaalf maanden);
Bij het niet toekennen van een reguliere periodieke verhoging een periode van 12 maanden;
bij disfunctioneren: een periode van zes maanden;
bij een verbetertraject: de periode tussen twee beoordelingen.
**5..** De beoordeling bevat een oordeel van de leidinggevende over de geleverde resultaten (kwalitatief en kwantitatief) afgezet tegen de gemaakte resultaatafspraken en het functioneren (kennis vaardigheden en gedrag) van de medewerker.
**6..** De leidinggevende geeft een oordeel op basis van argumenten. Deze argumenten schrijft hij op het formulier beoordeling. Het oordeel kan zijn:
uitmuntend, goed, voldoende, onvoldoende of zeer onvoldoende