Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Voorbereiden en toelichten beoordeling

Onderdeel van Regeling Beoordelen Berg en Dal 2017

1.. De leidinggevende kan voor het opstellen van de beoordeling gebruik maken van informanten. De leidinggevende vermeldt op het beoordelingsformulier welke informanten hij heeft geraadpleegd. 2.. De leidinggevende legt zijn oordeel vast op het beoordelingsformulier. 3.. Het beoordelingsformulier met daarop het oordeel wordt tenminste een week voorafgaande aan het beoordelingsgesprek door de leidinggevende aan de medewerker overhandigd. 4.. De leidinggevende bespreekt de beoordeling in een beoordelingsgesprek met de medewerker. 5.. Op verzoek van de leidinggevende en/of de medewerker kan de P&O-adviseur als onafhankelijke procesbegeleider bij het gesprek aanwezig zijn. 6.. De medewerker wordt tijdens het gesprek in de gelegenheid gesteld zijn of haar mening te geven over de beoordeelde punten en de te nemen acties. Ook kan er worden aangegeven of er omstandigheden zijn of waren die het functioneren hebben beïnvloed. 7.. Tijdens het beoordelingsgesprek spreken de leidinggevende en de medewerker actiepunten af. Deze acties zijn gericht op het verbeteren en/of continueren van het functioneren. Deze actiepunten worden genoteerd op het formulier beoordelen. 8.. Is er sprake van onvoldoende functioneren? Dan worden de actiepunten overgenomen in een verbeterplan. 9.. De leidinggevende doet een voorstel tot het nemen van een rechtspositioneel besluit en ondertekent het beoordelingsformulier voor akkoord.

Rechtspraak bij dit artikel