Voor de bepaling van de volgorde van de auto’s voor de toepassing van artikel 2 onderdeel c van de Tarieventabel parkeerbelastingen, wordt het volgende in acht genomen:
Indien er sprake is van een gezamenlijke huishouding wordt deze volgorde eerst bepaald:
voor personen: duur van het verblijf op het adres, leeftijd, alfabetische volgorde;
voor de auto’s: op datum van de aanvang van het houderschap zoals blijkend uit de RDW of een leaseverklaring.
Voor de bepaling van de volgorde wordt 1 november van het voorafgaande jaar als peildatum gebruikt.
Indien een auto wordt vervangen door een andere auto neemt de vervangende auto de plaats in de volgorde in van de vervangen auto voor het resterende deel van de looptijd van de vergunning.
Bij het bepalen van de volgorde geldt dat langer verblijf gaat voor korter verblijf, ouder gaat voor jonger, langer houderschap gaat voor korter houderschap en A gaat voor B.
Eerst wordt de rangorde bepaald in de personen. Daarna worden aan de eerste persoon alle aan hem/haar toebehorende auto’s aangewezen op grond van het onder b. vermelde. De eerste auto van de tweede persoon is de volgende auto in de volgorde etc.
Er is sprake van een gezamenlijke huishouding indien twee of meer personen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins (definitie.)
Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de belanghebbenden hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
gehuwden zijn;
een geregistreerde partners zijn;
een notarieel samenlevingscontract hebben opgesteld;
voor de rijksbelastingen aangemerkt worden als fiscale partners;
zij met elkaar gehuwd zijn geweest
in de twee vooraf gaande jaren voor de verlening van bijstand als gehuwden zijn aangemerkt;
uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaats gevonden van een kind van de een door de ander;
zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een niet-notarieel samenlevingscontract.
Zij op grond van één registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die overeenkomt met de onder 2. vermelde definitie van een gezamenlijke huishouding. Deze registraties zijn aangewezen in het Besluit aanwijzing gezamenlijke huishouding 1998.
Zij bloedverwanten van de eerste en/of de tweede graad zijn
Middels mede-eigendom wordt er geen inbreuk gemaakt op de rangorde zoals bepaald door het houderschap.
Indien een onroerende zaak gebruikt wordt voor kamerverhuur wordt er verondersteld dat er geen sprake van een gezamenlijke huishouding. Kamerverhuur wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de onroerende zaak volgens de WOZ-administratie voor kamerverhuur bestemd is.
Artikel V.