in het belang van het voorkomen of bestrijden van onnodig lijden van zieke en gebrekkige reeën (Capreolus capreolus), als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, aanhef, onder c, onderdeel 3, van de Wnb (hierna Wnb), en mede om gevolg te geven aan de in artikel 1.11, eerste en tweede lid, van de Wnb bedoelde zorgplicht, wordt gezien de artikelen 3.18, eerste en derde lid, en 3.8, vijfde lid, onder a en c, van de Wnb, en in afwijking van het bepaalde bij of krachtens artikel 3.10, eerste lid, onder a, van de Wnb opdracht gegeven aan:
Jachtaktehouders, die lid zijn van een wildbeheereenheid en beschikken over een verlof als bedoeld in de Circulaire wapens en munitie 2016, onder 5.7, dan wel andere door GS aan te wijzen jachtaktehouders, als categorie van personen die, in afwijking van het bepaalde bij of krachtens artikel 3.10, eerste lid, onder a, van de Wnb, zieke en gewonde reeën mogen vangen en doden, of -niet zieke of gewonde- achtergebleven reekalveren mogen vangen, ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van deze dieren, met inachtneming van de in artikel 2 vermelde voorschriften.
Leden van de Stichting Zweethonden Nederland, die zijn vermeld op de meest recente zg. "zweethondenlijst Noord Nederland" en die beschikken over een verlof als bedoeld in de Circulaire wapens en munitie 2016, onder 5.7, dan wel andere door GS aan te wijzen deskundigen op het gebied van nazoekwerk, als categorie van personen die in afwijking van het bepaalde bij of krachtens artikel 3.10, eerste lid, onder a, van de Wnb, nazoekwerk mogen verrichten als begeleider van een daartoe speciaal opgeleide en eveneens op bovengenoemde zweethondenlijst vermelde hond, ten behoeve van het vangen en doden van zieke, dan wel gewonde reeën, alsmede ten behoeve van het vangen van -niet zieke of gewonde- achtergebleven reekalveren, ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van deze dieren, met inachtneming van de in artikel 2 vermelde voorschriften.