De in artikel 1 aangewezen categorieën van personen mogen de in dat artikel bedoelde handelingen verrichten met inachtneming van de volgende voorschriften:
Dit besluit is van toepassing op het grondgebied gelegen binnen de grenzen van de provincie Groningen.
Van de in artikel 1, onder a, bedoelde personen mogen twee jachtaktehouders per wildbeheereenheid gelegen in de provincie Groningen gebruik maken van deze opdracht voor zover zij door de desbetreffende wildbeheereenheid zijn voorgedragen aan de Faunabeheereenheid Groningen en zijn opgenomen op een door de Faunabeheereenheid Groningen opgestelde en bij te houden lijst van deelnemers aan de Regeling wildaanrijdingen die van toepassing is in de provincie Groningen.
Van de in arikel 1, onder a, bedoelde personen mogen tevens maximaal vier coördinatoren van de Regeling wildaanrijdingen die van toepassing is in de provincie Groningen gebruik maken van deze opdracht, mits zij zijn opgenomen op een door de Faunabeheereenheid Groningen opgestelde en bij te houden lijst van deelnemers aan de Regeling wildaanrijdingen die van toepassing is in de provincie Groningen.
De in artikel 1, onder b, bedoelde personen mogen van deze opdracht gebruik maken wanneer zij zijn opgenomen op een door de Faunabeheereenheid Groningen opgestelde en bij te houden lijst van deelnemers aan de Regeling wildaanrijdingen die van toepassing is in de provincie Groningen en wanneer zij door de in artikel 1, onder a, bedoelde personen worden opgeroepen voor het verrichten van nazoekwerk, ten behoeve van het opsporen, vangen en doden van gewonde of zieke reeën of achtergebleven reekalveren.
Degenen die bevoegd zijn tot het gebruik van deze opdracht mogen op grond van artikel 3.25, eerste lid, van de Wnb, voor het doden van zieke of gewonde reeën gebruik maken van het geweer, dat voldoet aan de in of krachtens de Wnb gestelde eisen, en zo nodig, mede gelet op artikel 3.24, eerste lid, van de Wnb, is voorzien van een lichtbron en mogen gebruikmaken van een restlichtversterker. Tevens mag gebruik worden gemaakt van een (jacht)mes.
Een ieder die gebruik maakt van deze opdracht is verplicht, indien gebruik wordt gemaakt van het geweer, een geldige jachtakte bij zich te dragen en dit document op eerste vordering aan de daartoe bevoegde ambtenaren ter inzage te geven.
De in artikel 1, onder a en b, bedoelde personen zijn bij gebruik van deze aanwijzing tevens verplicht het verlof, bedoeld in de Circulaire wapens en munitie 2016, dan wel een kopie daarvan, bij zich te dragen en op eerste vordering aan de daartoe bevoegde ambtenaren ter inzage te geven.
De in artikel 1, onder a en b, bedoelde personen mogen slechts gebruik maken van deze opdracht indien zij zijn vermeld op de meest recente lijst met deelnemers aan de Regeling wildaanrijdingen die van toepassing is in de provincie Groningen.
De in artikel 1, onder a en b, bedoelde personen zijn, indien zij gebruik maken van deze opdracht, verplicht in het bezit te zijn van een geldig legitimatiebewijs en deze op eerste vordering aan de daaartoe bevoegde ambtenaren ter inzage te geven, mede om aan te tonen dat zij respectievelijk deelnemer zijn aan de Regeling wildaanrijdingen die van toepassing is in de provincie Groningen, volgens de door de Faunabeheereenheid Groningen bij te houden lijst, dan wel zijn vermeld op de meest recente "zweethondenlijst Noord Nederland" van de Stichting Zweethonden Nederland.
De in artikel 1, onder b, bedoelde personen dienen tevens een document (legitimatiebewijs) bij zich te dragen, waarmee kan worden aangetoond, dat de hond die deelneemt aan de zoekactie en van wie zij begeleider zijn is vermeld op de meest recente "zweethondenlijst Noord Nederland" van de Stichting Zweethonden Nederland.
De in artikel 1, onder a en b, bedoelde personen mogen ingevolge artikel 3.18, tweede lid, onder a, van de Wnb, voor het uitvoeren van de in deze opdracht bedoelde handelingen, van deze opdracht gebruik maken op alle gronden binnen het onder voorschrift 1 begrensde gebied en zonder voorafgaande toestemming van de grondgebruiker, voor zover het betreden van diens gronden noodzakelijk is voor het uitvoeren van de in artikel 1, onder a en b, genoemde activiteiten. De in artikel 1, onder a en b, aangewezen personen zijn gerechtigd zich daartoe zonodig met behulp van de sterke arm toegang te verschaffen. Alvorens tot het betreden van gronden zonder toestemming van de grondgebruiker wordt overgegaan, wordt voor zover mogelijk en indien de situatie het toelaat (het welzijn van het ree is bepalend) de grondgebruiker van de voorgenomen actie op de hoogte gesteld. Het zelfde geldt bij gronden in beheer/gebruik bij terreinbeherende organisaties.
De in artikel 1, onder a en b, bedoelde personen mogen op grond van artikel 3.26, derde lid, en in afwijking van het bepaalde bij of krachtens artikel 3.26, eerste lid, onder b, van de Wnb, juncto artikel 3.12, eerste lid, onder a, van het Besluit natuurbescherming voor het uitvoeren van de in deze opdracht onder a en b genoemde activiteiten, van deze opdracht gebruik maken op een jachtveld dat niet voldoet aan de wettelijke oppervlakte eis van tenminste 40 hectare.
De in artikel 1, onder a en b, bedoelde personen mogen op grond van artikel 3.26, derde lid, en in afwijking van het bepaalde bij of krachtens artikel 3.26, tweede lid, onder a, van de Wnb, juncto artikel 3.16, eerste lid, onder a en b, van het Besluit natuurbescherming, voor het uitvoeren van de in deze opdracht bedoelde handelingen, gebruik maken van het geweer voor zonsopgang en na zonsondergang, en binnen de bij gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom of in de onmiddellijk aan de bebouwde kom grenzende terreinen.
De in artikel 1, onder a en b, bedoelde personen mogen op grond van artikel 3.26, derde lid, en in afwijking van het bepaalde bij of krachtens artikel 3.26, tweede lid, onder a, van de Wnb, juncto artikel 3.6, tweede en derde lid, van het Besluit natuurbescherming, voor het uitvoeren van de in deze opdracht bedoelde handelingen, gebruik maken van het geweer op zon- en feestdagen (nieuwjaarsdag, tweede paas- en pinksterdag, beide kerstdagen en Hemelvaartsdag), en op begraafplaatsen.
Tevens mag, onder verwijzing naar artikel 3.24, zesde lid, van de Wnb, de zweethond, niet zijnde een lange hond, waarvan de in artikel 1, onder b, genoemde personen de begeleider zijn, in voorkomende gevallen het zieke of gewonde ree doden.
Een ree dient door de in artikel 1, onder a of b, bedoelde personen, en wel door degene die het desbetreffende dier heeft gedood, te worden voorzien van een door de Faunabeheereenheid Groningen nader vast te stellen reemerk, met inachtneming van het volgende:
Het reemerk moet terstond na het doden van het ree onlosmakelijk aan het dier worden aangebracht.
Degene die het desbetreffende dier heeft gedood dient binnen 24 uur na gebruik van het merk, dit te registreren op een nader door de Faunabeheereenheid Groningen vast te stellen wijze en/of in een door haar vastgestelde applicatie.
Reekalveren, niet ziek of gewond, of reeën die nog overlevingskansen hebben, dienen te worden aangeboden aan een reeënopvangcentrum dat gerechtigd is de dieren onder zich te hebben. Het vervoer naar het reeënopvangcentrum dient te geschieden door de in artikel 1, onder a of b, aangewezen personen, en wel door degene die het desbetreffende dier heeft opgespoord en bemachtigd of een daartoe anderszins gerechtigde persoon of instantie.
Gedode reeën of delen daarvan, mogen, mits voorzien van een door de Faunabeheereenheid Groningen nader vast te stellen reemerk, door de in artikel 1, onder a of b, bedoelde personen, te weten degene die het ree heeft gedood, voor eigen gebruik worden geconsumeerd en mogen niet in de handel worden gebracht.
Gedode reeën of delen daarvan mogen ter destructie worden aangeboden, of in het veld (niet zichtbaar voor publiek) worden achtergelaten, voor zover zij niet voor eigen gebruik worden aangewend.
De bij voorschrift 18 bedoelde reeën, die ter destructie worden aangeboden, of als biomassa in het veld worden achtergelaten, moeten eveneens worden geregisteerd op een door de Faunabeheereenheid Groningen nader vast te stellen wijze, en/of in een door haar nader vast te stellen applicatie. Het reemerk dient daarbij niet aan het ree te worden bevestigd, maar op onlosmakelijke wijze te worden dichtgeknepen.
De in artikel 1, onder a en b, bedoelde personen moeten, indien zij gebruik hebben gemaakt van deze opdracht, hiervan binnen 24 uur melding maken op een door de Faunabeheereenheid Groningen nader vast te stellen wijze en/of in een door haar nader vast te stellen applicatie. Daarbij moet o.a. worden aangegeven het aantal reeën, het geslacht, de geschatte leeftijd, per ree de locatie, het tijdstip van doden, de conditie etc. Tevens moet aan de Faunabeheereenheid Groningen worden aangegeven of reeën met overlevingskansen, dan wel gezonde reekalveren zijn aangeboden aan een opvangcentrum en zo ja, aan welk opvangcentrum.
Artikel 2
Voorschriften
Onderdeel van Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen houdende regels omtrent valwild Besluit valwild provincie Groningen