Een ondersteuningsvrager komt niet in aanmerking voor een op het individu toegesneden voorziening met betrekking tot zelfredzaamheid en participatie als:
de noodzaak tot ondersteuning vermijdbaar was, en
de voorziening voorzienbaar was en maatregelen konden worden getroffen om de hulpvraag overbodig te maken;
de melding is gedaan op een zodanig moment dat een objectieve beoordeling van de noodzaak voor of de wijze van ondersteuning niet kan plaats vinden.
Als een op het individu toegesneden voorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze alleen verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven,
tenzij de eerder verstrekte voorziening niet opzettelijk door eigen toedoen verloren is gegaan;
tenzij de veroorzaakte kosten worden betaald, of
als de eerder verstrekte voorziening niet langer een adequate oplossing biedt in de ondersteuningsbehoefte.
Als redelijkerwijze door de ondersteuningsvrager is te voorzien dat het handelen of juist het nalaten leidt tot een beroep op ondersteuning, kan de gevraagde voorziening worden afgewezen.
Vermijdbaar
Onder vermijdbaar wordt in ieder geval verstaan het niet als een goed huisvader omgaan met een verstrekte voorziening. De op het individu toegesneden voorzieningen worden, tenzij het diensten betreft en tenzij in de beschikking anders bepaald, in bruikleen verstrekt. Als de (in bruikleen) verstrekte voorziening niet goed wordt onderhouden (nalaten) en daardoor eerder technisch afgeschreven dan gebruikelijk is (zie afschrijvingstermijnen in beleidsregel 2.2-5), komt de ondersteuningsvrager in principe niet voor een nieuwe voorziening in aanmerking.
Voorzienbaar
Onder voorzienbaar wordt in ieder geval verstaan een verhuizing naar een, gelet op de beperkingen van betrokkene, niet adequate woning (door dit handelen kon betrokkene voorzien aangewezen te raken op een voorziening in het kader van ondersteuning zelfstandig wonen). Een voorziening wordt dan niet verstrekt, omdat de ondersteuningsvrager ook had kunnen verhuizen naar een adequate woning. Hetzelfde geldt als een ondersteuningsvrager, zonder het college daarvan in kennis te stellen, kiest voor een dure in plaats van een passende en toereikende betaalbare voorziening (bijvoorbeeld een woningaanpassing in plaats van een verhuizing naar een gelijkvloerse woning).
Tijdig melden
Van de ondersteuningsvrager wordt verwacht dat deze zich tijdig meldt met een vraag voor ondersteuning. Het college moet vervolgens een onderzoek doen naar de ondersteuningsbehoefte en de wijze waarop de ondersteuning wordt vormgegeven. In het algemeen kan ondersteuning dan ook pas worden geboden op het moment dat er een besluit is genomen op de aanvraag. Alleen als achteraf nog te bepalen is dat de reeds ingezette ondersteuning noodzakelijk en de goedkoopst adequate vorm van ondersteuning is, kan worden afgeweken van de hoofdregel dat ondersteuning niet met terugwerkende wordt toegekend.
2.3.2 Vervanging voorziening
In artikel 2.3 lid 2 gaat het om een voorziening die volledig verloren is gegaan of economisch gezien niet meer verantwoord gerepareerd kan worden. De hoofdregel is dat een voorziening alleen kan worden verstrekt als deze is afgeschreven; hiervoor geldt minimaal de termijn genoemd in beleidsregel 2.2-5. Hierop zijn enkele uitzonderingen mogelijk: bijvoorbeeld als de voorziening is vernield of beschadigd door derden. Er moet dan echter wel aangifte zijn gedaan bij de politie.
Ook als de voorziening door eigen toedoen niet meer te gebruiken is, kan, als de schade door de ondersteuningsvrager wordt vergoed, opnieuw een voorziening worden verstrekt. Voor berekening van de schade wordt verwezen naar beleidsregel 2.3-1.
Indien de voorziening niet langer adequaat is, zal opnieuw moeten worden beoordeeld of en in welke vorm ondersteuning moet worden geboden. In dat geval worden uiteraard geen kosten in rekening gebracht bij de ondersteuningsvrager.
Hoofdstuk 2:
Artikel 2.3
Aanvullende criteria
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Almelo