Conform collegebesluit 2007/13563, d.d. 18 december 2007

Dit beleidskader omschrijft de situaties waarin door het college hogere grenswaarden kunnen worden toegestaan in het geval van het wegverkeerslawaai, het raillawaai en het industrielawaai. Het beleid voor hogere grenswaarden voor wegverkeerslawaai is van toepassing op alle wegen, en de directe omgeving daaromheen, uitgezonderd wegen die binnen een woonerf liggen of waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. De directe omgeving is in de Wgh en BGH omschreven in de vorm van zones.

Het beleid voor hogere grenswaarden voor raillawaai is van toepassing op de (zone van de) spoorlijn naar Pon. Het beleid voor hogere grenswaarde voor industrielawaai is van toepassing op (de zone van) één gezoneerd industrieterrein: het Instandhoudingsbedrijf Landsystemen (IBL, het voormalige MCW) aan de Kolonel van Royenstraat. Overige bedrijfsmatige en industriële activiteiten in Leusden vallen onder de Wet milieubeheer.

De voorkeursgrenswaarden voor geluid en de mogelijkheid voor het vaststellen van hogere grenswaarden voor geluid zijn conform de Wgh en het BGH van toepassing op geluidgevoelige bestemmingen. Daarbij gaat het om het geluidniveau op de gevel9Onder gevel wordt niet verstaan ‘een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte’ (art 1b lid 5 Wgh). Wordt ook wel ‘dove gevel’ genoemd. van de geluidsgevoelige bestemming. Onder geluidgevoelige bestemmingen wordt verstaan:

  • - woningen (art. 1 Wgh);
  • - onderwijsgebouwen exclusief de gymzaal (art. 1 Wgh);
  • - ziekenhuizen en verpleeghuizen (art. 1 Wgh);
  • - verzorgingstehuizen (art. 1.2 BGH);
  • - psychiatrische inrichtingen (art 1.2 BGH);
  • - medisch centra (art 1.2 BGH);
  • - poliklinieken (art 1.2 BGH);
  • - medische kleuterdagverblijven (art 1.2 BGH).

Hierna spreken we over woningen. In de meeste gevallen zal een aanvraag voor een hogere grenswaarde een woning betreffen. Wanneer er geen woningen worden bedoeld, wordt er gesproken over andere geluidgevoelige bestemmingen.

De 30 kilometer wegen vormen een afwijkende categorie binnen de Wgh. Formeel kan voor deze wegen geen hogere grenswaarde aangevraagd of verleend worden, omdat ze geen zone hebben. Vanuit de ruimtelijke ordening moet echter wel beoordeeld worden of de geluidbelasting op woningen nabij een 30 kilometer weg voldoet aan de voorkeursgrenswaarde.

Bij nieuwbouw van woningen en reconstructie van wegen zal altijd getoetst moeten worden aan de wettelijke eisen voor het binnenniveau, te weten 33 dB (in een enkel geval geldt een eis van 43 dB voor het binnenniveau, zie artikel 3.1 Bouwbesluit).

Dit betekent dat ook voor 30 kilometer wegen een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd, indien de geluidbelasting op de gevel mogelijk meer dan 53 dB zal bedragen10Het bouwbesluit verplicht een gebouwschil die voor 20 dB geluid isoleert. Uitgaande van een binnenniveau van 33 dB mag het geluidniveau op de gevel niet hoger zin dan 53 dB..

De Wgh biedt de mogelijkheid om voor woningen hogere grenswaarden voor geluid vast te stellen wanneer het niet mogelijk is om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. De Wgh geeft globaal aan wanneer een uitzondering gemaakt kan worden. Aan het vaststellen van hogere grenswaarden verbindt het college ontheffingscriteria, maximale grenswaarden en voorwaarden. Ook worden eisen gesteld aan de aanvraag. Hiermee geeft het college duidelijk aan in welke gevallen er afgeweken kan worden van de voorkeursgrenswaarden. In de volgende paragrafen wordt hier op nader ingegaan.

Als basis is het beleid genomen dat de provincie Utrecht tot 1 januari 2007 heeft gehanteerd.

In de hierna volgende gevallen wordt omschreven wanneer een hogere grenswaarde kan worden vastgesteld:

  • - de woningen vullen een open plaats tussen aanwezige bebouwing op, het gaat hierbij vooral om woningen die worden gebouwd in een planmatige verdichting van de woonbebouwing; of
  • - de woningen vervullen door de gekozen situering of bouwvorm een doelmatige, akoestisch afschermende functie voor andere woningen waar de voorkeursgrenswaarde reeds wordt overschreden. Onder een doelmatige afscherming verstaan we ten minste 2 dB afscherming voor bestaande woningen, welke in aantal ten minste de helft van het aantal nieuwe woningen bedraagt (verhouding ‘nieuwe woningen : bestaande woningen met een reductie van ten minste 2 dB’ = 2:1); of
  • - de woningen bestaan uit vervangende nieuwbouw:
    • - woningen voor woningen: gelijk blijvend aantal woningen of geluid-gehinderden en een gevelbelasting die gelijk blijft of afneemt11In veel gevallen zullen op een locatie waar vervangende nieuwbouw plaatsvindt meer mensen komen wonen. Het geval stelt dat het aantal geluidgehinderden gelijk moet blijven. Met andere woorden: het aantal mensen dat woont in een woning waarvoor een hogere grenswaarde is vastgesteld blijft gelijk. De ruimte van het criterium zit in het feit dat de bewoners van woningen die voldoen aan de voorkeursgrenswaarde niet meetellen. In het stedebouwkundig ontwerp kan hiermee rekening worden gehouden.; of
    • - woningen in plaats van niet-geluidsgevoelige functies: indien dit niet leidt tot ingrijpende wijzigingen van de stedenbouwkundige structuur; of
  • - de woningen liggen verspreid in het gebied buiten de bebouwde kom; of
  • - de woningen zijn grond- of bedrijfsgebondenheid, dit zijn bijvoorbeeld (agrarische) bedrijfswoningen of aanleunwoningen bij een zorginstelling; of
  • - een nieuw aan te leggen weg vervult een zodanige verkeersverzamelfunctie, dat binnen de zone van een andere weg of meerdere andere wegen een lagere geluidsbelastingen van woningen wordt bereikt. Netto moet er moet sprake zijn van een verbetering. Dit betekent dat de totale afname (aantal woningen x afname per woning) groter moet zijn dan de totale toename (aantal woningen x toename per woning); of
  • - bij een gezoneerd industrieterrein wanneer:
    • - het geluidniveau aan de gevel van de woning(en) waarvoor de hogere waarde nodig is, is hoger dan of gelijk aan het equivalente geluidniveau vanwege het betrokken industrieterrein, én;
    • - de aanwezige geluidsruimte op het industrieterrein niet wordt beperkt door het verlenen van de hogere grenswaarde.

Aan een beschikking waarin een hogere grenswaarde wordt vastgesteld, worden voorwaarden verbonden:

  • - Een hogere grenswaarde wordt niet eerder vastgesteld dan nadat de mogelijkheden om binnen de voorkeursgrenswaarde te blijven, door het treffen van bron- en overdrachtmaatregelen, zijn uitgeput.
  • - Bij een uitbreidingslocaties moet ten minste 90% van de woningen voldoen aan de voorkeursgrenswaarde(n). Voor maximaal 10% van de nieuwe woningen kan een hogere grenswaarde worden vastgesteld.
  • - Iedere woning moet een geluidsluwe gevel hebben. Geluidsluw betekent een geluidsbelasting die kleiner of gelijk aan de voorkeursgrenswaarde, ook indien er rekening wordt gehouden met cumulatie. Deze waarde kan maximaal 5 dB hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde in een van de volgende gevallen:
    • - vervangende nieuwbouw;
    • - indien dit is aangewezen in gebiedsgericht geluidbeleid
  • - Er is ten minste één te openen deel in de geluidsluwe gevel aanwezig.

De hoogte van de vast te stellen hogere grenswaarde wordt bepaald aan de hand van onderstaande regels:

  • - Grenswaarden voor woningen hoger dan
    • - 58 dB voor wegverkeerslawaai, of
    • - 63 dB voor railverkeerslawaai, of
    • - 60 dB(A) voor industrielawaai
  • - worden alleen toegestaan bij vervangende nieuwbouw, bij een stadsvernieuwingsplan of bij een woning in de buurt van een station.
  • - Bij andere geluidgevoelige bestemmingen worden geen hogere grenswaarden vastgesteld hoger dan:
    • - 58 dB voor wegverkeerslawaai12Dit komt overeen met 60 dB(A), de nieuwe saneringsdrempel uit de Wgh
    • - 63 dB voor railverkeerslawaai.
  • - Er is voor andere geluidgevoelige bestemmingen geen hogere grenswaarde mogelijk voor industrielawaai afkomstig van een gezoneerd industrieterrein.
  • - Er is voor andere geluidgevoelige bestemmingen geen hogere grenswaarde mogelijk voor industrielawaai afkomstig van een gezoneerd industrieterrein.13De zinsnede ‘afkomstig van een gezoneerd industrieterrein’ is ter verduidelijking toegevoegd aan het oorspronkelijke kader.
  • - Wanneer sprake is van cumulatie van geluidsbelasting in de maatgevende zone en omliggende zones, mag deze gecumuleerde geluidsbelasting nooit hoger zijn dan de maximale grenswaarde voor de maatgevende zone.14In de Wet geluidhinder wordt onderscheid gemaakt tussen een zone rond industrieterreinen, een zone rond spoorwegen, een zone rond wegen en een zone rond een luchtvaartterrein.
  • - In lokaal gebiedsgerichte geluidbeleid kunnen gebieden worden aangewezen waarvoor afwijkende bepalingen gelden, zoals:
    • - gebieden waar de maximale hogere grenswaarde conform de Wgh kunnen worden vastgesteld;
    • - gebieden waar hogere grenswaarden niet mogelijk zijn;
    • - gebieden waar de hogere grenswaarde maximaal 5 of 10 dB hoger is dan de streefwaarde15Bij gebiedgericht geluidbeleid kunnen streefwaarden vastgesteld worden die afwijken van de voorkeursgrenswaarden. voor het gebied.

Benodigde gegevens bij aanvraag

Bij de aanvraag voor het vaststellen van hogere grenswaarden worden de volgende gegevens overgelegd:

  • - De hoogte van de gevraagde hogere waarden in dB;
  • - De reden voor de aanvraag;
  • - De rapportage van het akoestisch onderzoek (inclusief onderzochte bron- of overdrachtsmaatregelen);
  • - Ruimtelijke onderbouwing;
  • - Financiële onderbouwing;
  • - Verklaring dat maatregelen getroffen worden om aan het binnenniveau voor geluid te kunnen voldoen;
  • - Een beschrijving, schetstekening en uitvoeringsplan van (eventuele) de geluidsafschermende voorzieningen tussen geluidsbron en woningen, indien deze voorziening noodzakelijk is om de gevraagde waarden te kunnen waarborgen;
  • - Een situatietekening van de onderzoekslocatie met inbegrip van de omgeving waarop alle geluidsbronnen zijn weergegeven, alsmede mogelijke wettelijk vastgestelde zone(s) die de onderzoekslocatie overlappen;

Besluitvorming

In de meeste gevallen is de procedure voor het toestaan van een hogere grenswaarde gekoppeld aan de vaststelling van een bestemmingsplan of een artikel 19 procedure.

Initiatiefnemers kunnen ook geheel autonoom, dus niet gekoppeld aan een bestemmingsplanwijziging of artikel 19 procedure, een verzoek om een hogere waarde indienen. Dit kan uiteraard alleen indien de reden voor het verzoek niet in strijd is met het bestemmingsplan. De procedure ziet er als volgt uit:

  • - Indienen aanvraag (zo mogelijk voorafgegaan door vooroverleg)
  • - Beoordelen aanvraag
    • - Eventueel verzoek om aanvullende gegevens
    • - Inhoudelijke toetsing (door medewerker milieu)
    • - Opstellen advies (door medewerker RO)
  • - Ontwerpbesluit
  • - Inspraak
    • - 6 weken, of
    • - 2 weken bij artikel 19 WRO procedure

Als de procedure gerelateerd is aan een bestemmingsplanprocedure (of art 19 WRO) worden beide ontwerpen tegelijkertijd ter inzage gelegd. (conform de procedure uit 3.4 Awb)

  • - Besluit: vaststellen hogere grenswaarden
  • - Vaststellen bestemmingsplan
  • - Hogere grenswaarde melden bij kadaster (na besluit of beroepsprocedure)

De medewerker milieu toetst de ingediende akoestische onderzoeken aan dit beleidskader en overige wet- en regelgeving en stelt een inhoudelijk advies op. De medewerker RO coördineert de procedure (parallel aan de WRO procedure) en adviseert aan de hand van het inhoudelijke advies van milieu het college.