Naar hoofdinhoud
1.. Van de grens van 12 dagen genoemd in artikel 3, eerste lid, kan worden afgeweken, voor zover: het terrein op minstens 500 meter van woningen en andere geluidgevoelige gebouwen van derden is gelegen; er niet met helikopters wordt gevlogen; per dag niet meer dan 8 vliegbewegingen worden uitgevoerd; het gebruik niet meer dan 24 dagen per jaar bedraagt; voor het overige op basis van de aanvraag kan worden aangenomen dat een gebruik op meer dan 12 dagen per kalenderjaar, geen hinder van betekenis zal veroorzaken voor omwonenden of natuur. 2.. In de ontheffing worden grenzen gesteld aan het aantal gebruiksdagen en aan het aantal vliegbewegingen op een gebruiksdag. Hierbij hanteert Gedeputeerde Staten voor gemotoriseerde luchtvaartuigen, afhankelijk van het aantal gebruiksdagen en de kortste afstand van de start- en landingsplaats tot: woningen; andere geluidgevoelige gebouwen; ligplaatsen; standplaatsen; de in artikel 3, derde lid, onder a tot en met c, aangewezen gebieden, de volgende bovengrenzen: aantal gebruiksdagen maximaal aantal vliegbewegingen per dag kortste afstand tot woningen en andere geluidgevoelige gebouwen, etc. < 100 m 100 - 500 m > 500 m 12 2 4 10 ≤ 4 10 20 40 1 20 40 80 3. Om ongewenst gebruik van TUG-ontheffingen voor meerdere dicht bij elkaar gelegen percelen te voorkomen, weigeren Gedeputeerde Staten een ontheffing als deze wordt aangevraagd voor een terrein dat op minder dan 1.000 meter afstand van een terrein ligt waarvoor in dezelfde periode een ontheffing is verleend of wordt aangevraagd en het maximaal met de ontheffingen toegestane gebruik meer bedraagt dan 12 dagen in een periode van een jaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel