Aan TUG-ontheffingen worden de volgende standaardvoorschriften verbonden:
van het terrein mag uitsluitend gebruik worden gemaakt tijdens de uniforme daglichtperiode (UDP).
voor helikopters: bij het starten en landen moet er, zo lang de rotoren draaien, voor zorg worden gedragen dat publiek op een afstand van tenminste 30 meter van de helikopter wordt gehouden en publiek zich eveneens niet over dezelfde afstand van de verticale projectie van de start- danwel landingslijn bevindt, tot een afstand van ten minste 100 meter van het start of landingspunt.
voor overige (MLA's/vliegtuigen): bij het starten en landen moet er voor zorg worden gedragen dat publiek tenminste 25 meter afstand van het luchtvaartuig wordt gehouden en zich niet op de start- en landingsbaan bevindt, gedurende de tijd dat de motor van het luchtvaartuig in werking is.
bij het opstijgen en landen mag niet over woonbebouwing worden gevlogen.
de houder van de ontheffing moet het gebruik van een terrein achteraf binnen 4 weken na afloop van het betreffende kwartaal mailen aan Gedeputeerde Staten en aan de minister van Infrastructuur en Milieu, i.c. ILT, onder vermelding van de data waarop is gevlogen met de aantallen vliegbewegingen per dag.
Artikel 5