Naar hoofdinhoud

Artikel 16.

Strafbepaling

Onderdeel van ERFGOEDVERORDENING GEMEENTE EDE 2017

Deze strafbepaling is met de komst van de Wabo uitsluitend nog van toepassing voor overtreding van het verbod op beschadiging of vernieling (artikel 10, eerste lid), de instandhoudingsplicht (artikel 10, tweede lid, sub c), de eventuele nadere regels (artikel 10, vijfde lid) en de archeologische bepalingen (artikel 15, eerste lid, onder a). De strafbaarstelling van handelen zonder of in strijd met de voorschriften van de omgevingsvergunning voor gemeentelijke monumenten is via de Wabo en de Wet op de economische delicten (artikel 1a) geregeld. Dit wordt aangemerkt als economisch delict. Langs deze weg is ook overtreding van artikel 10, tweede lid, sub a en b, van deze verordening strafbaar. Voor de strafbaarstelling van handelen in strijd met de nadere regels geldt dat artikel 154, eerste lid, van de Gemeentewet aan de raad een keuzemogelijkheid laat om op overtreding van verordeningen straf te stellen, maar geen andere of zwaardere dan hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie, al dan niet met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. In artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht zijn de geldboetecategorieën opgenomen. Het is de gemeente niet toegestaan om een hogere geldboete op te nemen dan in genoemde categorieën. Op gemeentelijk niveau is, gelet op de ernst van dit vergrijp en de wens om enige preventieve werking te bereiken, de keuze voor de geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van drie maanden voor het overtreden van de nadere regels voor de hand liggend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel