Taken en bevoegdheden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (hierna CRK), adviescommissie voor welstand en monumentenzorg, zijn voor wat betreft de advisering over monumentenzorg zowel gebaseerd op autonomie (artikel 6 en artikel 11) als op medebewind (artikel 14).
Artikel 15 van de Monumentenwet 1988 blijft van kracht tot de invoering van de Omgevingswet. Op grond van dat artikel dient ten minste in de door de raad vast te stellen verordening te zijn geregeld de inschakeling van “een commissie op het gebied van de monumentenzorg die in elk geval tot taak heeft te adviseren over aanvragen om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.” De wetgever geeft hier dus aan dat het college in dit geval geen keuzevrijheid heeft ten aanzien van het instellen van een commissie.
Binnen de commissie zijn enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg.
In Ede is ervoor gekozen om de verplichte advisering op het gebied van de monumentenzorg te combineren met de advisering op het gebied van welstand in een (integrale) CRK. Door de CRK in dit artikel bevoegd te verklaren over de toepassing van de Wabo te adviseren aan het bevoegd gezag, is voldaan aan het vereiste, genoemd in artikel 15 van de Monumentenwet. Samenstelling en werkwijze van de CRK worden bij reglement nader bepaald. Nu een voorwaarde van de Omgevingswet zal zijn dat geen leden van het gemeentebestuur deel uitmaken van deze commissie, is deze voorwaarde ook overgenomen in deze verordening.