Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 6.

Proefplaatsing

Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet Olst-Wijhe 2017

1.. Het college kan een persoon een proefplaatsing aanbieden als deze; Behoort tot de doelgroep en Nog niet actief is geweest op de arbeidsmarkt of een afstand tot de arbeidsmarkt heeft door langdurige werkloosheid of tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. 2.. Het doel van de proefplaatsing is om aan elkaar te wennen, werkervaring op te doen, maar ook om via jobcarving na te gaan wat het beste bij de kandidaat past. 3.. De duur van de proefplaatsing bedraagt maximaal: 3 maanden voor de persoon als bedoelt in lid 1 sub a en b of c. 6 maanden voor de persoon als bedoelt in lid 1 sub d. 4.. De onbeloonde werkzaamheden op een proefplaatsing als bedoeld in het eerste lid zijn: Werkzaamheden, waartoe de persoon, bedoeld in het eerste lid, met zijn krachten en bekwaamheden in staat is; Werkzaamheden, waarbij de werkgever, bij wie de proefplaatsing geschiedt een aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering ten behoeve van de persoon, bedoeld in het eerste lid heeft afgesloten; werkzaamheden, die de jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid, niet reeds eerder onbeloond op een proefplaatsing bij die werkgever of diens rechtsvoorganger heeft verricht; en werkzaamheden, waarbij er, naar het oordeel van het college, een reëel uitzicht is op een op de onbeloonde werkzaamheden aansluitende dienstbetrekking van dezelfde of grotere omvang voor ten minste 6 maanden. 5.. Indien de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, wegens ziekte worden onderbroken, wordt deze periode voor de toepassing van dat lid buiten beschouwing gelaten. 6.. In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: het doel van de werkervaringsplaats; en de werkzaamheden; en de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt. 7.. Het college plaatst de persoon niet als hierdoor de concurrentieverhoudingen onverantwoord worden beïnvloed of verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt.

Rechtspraak bij dit artikel