Naar hoofdinhoud
1.. In het jaar van uitvoering van de investering wordt voor aanvang van de werkzaamheden bij investeringen die groter zijn dan € 100.000 een voorcalculatie opgesteld. In de voorcalculatie wordt in ieder geval onderscheid gemaakt in: directe aanschafkosten; aannemingskosten; advies- en begeleidingskosten; toerekening van interne uren (alleen voor kostendekkendheid bij riolering en reiniging toe te passen); onvoorzien; bijdragen van derden; planning van de cashflow / verwachte uitgaven per jaar. 2.. Voor grote projecten en langdurige trajecten kan een voorbereidingskrediet worden aangevraagd: ter voorkoming van onnodig en voortijdig lasten op de begroting te laten drukken; voor werkzaamheden om te komen tot een voorlopig en definitief ontwerp; ter bepaling van de benodigde hoogte van het hoofdkrediet. De voorbereidingskosten vormen één geheel met het hoofdkrediet en worden na afsluiting in het totaal geactiveerd. In geval na de voorbereiding alsnog besloten wordt niet te investeren komen deze voorbereidingskosten ten laste van de exploitatie. 3.. Voor investeringen , waarvoor een voorcalculatie is opgesteld, wordt een ook een nacalculatie opgesteld direct na afsluiting van het krediet. In de nacalculatie wordt een vergelijking gemaakt met de voorcalculatie, een zogenaamde verschillenanalyse. 4.. Voor het verkrijgen van inzicht in de voortgang en afwikkeling van uitgegeven investeringskredieten wordt een (digitaal) project- of werkdossier aangelegd. Het projectdossier bevat de onderdelen: kopieën van de ondertekende contracten; voorcalculatie; kopieën van facturen; overzicht van tijdsbesteding eigen uren; besluiten tot meer- of minderwerk; nacalculatie en verschillenanalyse met verklaring; afsluiten en archiveren. 5.. Het maken van een voor- en nacalculatie en het aanleggen van een projectdossier is de verantwoordelijkheid van de desbetreffende teammanager.

Rechtspraak bij dit artikel