Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3:

Artikel 14.

EENMALIG PERSOONSGEBONDEN BUDGET

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Olst-Wijhe 2017

1.. De bedragen voor een éénmalig PGB worden bepaald als tegenwaarde van de voorziening die de aanvrager op dat moment ontvangen zou hebben als de voorziening in natura zou zijn verstrekt. Was dat niet een nieuwe voorziening geweest, dan wordt de tegenwaarde daarop gebaseerd. Hiervoor wordt de methodiek gehanteerd zoals beschreven in bijlage 1. Het college kan bij het bepalen van de hoogte van het bedrag zich baseren op gemaakte prijsafspraken met onder contract staande leveranciers. Indien nodig kan het bedrag worden verhoogd met een bedrag voor onderhoud en reparatie, op te vragen bij de hulpmiddelen leverancier. 2.. De bedragen voor een éénmalig PGB kunnen ook een forfaitair karakter hebben. 3.. Verstrekking van een éénmalig PGB vindt plaats op verzoek van de aanvrager. Een éénmalig PGB wordt behoudens de forfaitaire bedragen in eigendom verstrekt. Uitbetaling geschiedt na controle van de factuur en betalingsbewijs. Indien de hoogte van het bedrag op het betalingsbewijs lager uitvalt dan het éénmalig PGB dan wordt dit lagere bedrag uitbetaald. 4.. Met uitzondering van de forfaitaire bedragen is de duur van het éénmalig PGB gekoppeld aan de gemiddelde levensduur van de voorziening per categorie. Een overzicht hiervan is beschreven in bijlage 1. 5.. De kosten voor het eventuele onderhoud en verzekering worden bepaald op grond van de kosten die anders in natura zouden zijn gemaakt. 6.. Bij uitbetaling van het éénmalig PGB is de aanvrager verplicht in ieder geval de volgende stukken op verzoek te verstrekken: de nota/factuur van de aangeschafte voorziening of / en; een betalingsbewijs van de aanschaf van de voorziening of / en; een overzicht van de besteding. 7.. Het éénmalig PGB voor het aanschaffen of verwijderen van een woonvoorziening wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte. 8.. Als de aanvrager tevens de woningeigenaar is, dan kan de aanvrager worden verplicht twee offertes in te dienen. 9.. Indien het recht op het éénmalig PGB bij wijziging van de situatie komt te vervallen (bijvoorbeeld overlijden, verhuizen of op eigen verzoek) dient de cliënt of eventuele nabestaande(n) het college hiervan op de hoogte te stellen. 10.. Indien de situatie zoals beschreven in het voorgaande lid zich wijzigt dient de cliënt of eventuele nabestaande(n) indien van toepassing een deel van het éénmalig PGB terug te betalen aan de hand van de afschrijvingsmethodiek zoals beschreven in bijlage 1 11.. De cliënt of eventuele nabestaande(n) kan / kunnen ook het college verzoeken de maatwerkvoorziening die is aangeschaft met het éénmalig PGB om niet in natura aan het college terug te geven zonder verrekening van eventuele extra opties of accessoires. Hierbij draagt de cliënt of eventuele nabestaande(n) de voorziening in eigendom over aan het college. Het college behoudt zich het recht om wel of niet in te gaan op een dergelijk verzoek. Het college verricht naar aanleiding van een dergelijk verzoek een inspectie van de maatwerkvoorziening. De inspectie kan ook worden verricht door het college aangewezen derde partij. Het ophalen van de maatwerkvoorziening wordt op kosten van het college uitgevoerd indien het college ingaat op het verzoek tot overname.

Rechtspraak bij dit artikel