**1..** Met betrekking tot vervoersvoorzieningen geldt:
Voor het gebruik van het (collectieve) maatwerkvervoer geldt een kilometergrens van 1500 kilometer op jaarbasis
De tegemoetkoming in de autokosten worden bepaald op basis van de norm per kilometer gesteld door het UWV met een maximum van 1500 kilometer per jaar. Er wordt gerekend met € 0,48 per km minus € 0,14 algemeen gebruikelijke OV-kosten. De tegemoetkoming kan voor bepaalde tijd worden afgegeven.
De tegemoetkoming zoals genoemd in het voorgaande lid wordt per kalenderjaar op declaratiebasis afgegeven. Declaraties kunnen worden ingediend via een door het college opgesteld format. Declaraties kunnen maximaal 3 maanden na verstrijken van het kalenderjaar worden ingediend.
Indien er met betrekking tot het voorgaande lid sprake is van een echtpaar met een (gedeeltelijk) gezamenlijke vervoersbehoefte kan 1,5x de kilometernorm worden gedeclareerd.
Gelet op lid 15.1.1. kan er geen aanspraak voor een vergoeding worden gemaakt indien blijkt dat belanghebbende in het bezit is of is geweest van een auto en de gebruikelijke kosten hiervoor kan of heeft kunnen betalen.
Bij verstrekking van een individuele (rolstoel)taxi vergoeding kunnen de werkelijke kosten tot maximaal 1500 kilometer per jaar worden gedeclareerd.
Bij oneigenlijk gebruik kan het college besluiten tot terugvordering van gelden.
De kilometergrens wordt vanaf datum toekenning als volgt berekend: 1500 / 365 * resterende aantal dagen t/m 31 december. De kilometergrens wordt per kalenderjaar berekend.
Het college kan gemotiveerd afwijken van het maximaal aantal kilometers. Te denken valt aan het gebruik van een scootmobiel of fietsvoorziening -al dan niet door het college verstrekt- in combinatie met de in dit artikel genoemde voorzieningen.
De gestelde kilometergrenzen gelden voor ritten binnen de regio Salland
**2..** Met betrekking tot woonvoorzieningen geldt:
Er kan een tegemoetkoming voor de verhuis- en inrichtingskosten worden verstrekt. De vergoeding is geldig tot 18 maanden na dagtekening beschikking. De vergoeding wordt weergegeven in bijlage 2.
Het bedrag waarboven het primaat van de verhuizing wordt gehanteerd bedraagt € 6500,- Het bedrag staat voor de duur van 5 jaar. Indien er extra kosten moeten worden gemaakt met betrekking tot dezelfde woning binnen deze periode worden deze kosten bij de initiële kosten opgeteld. Dit om te voorkomen dat bij elke nieuwe aanvraag opnieuw de grens van € 6500,- kan worden gehanteerd.
De volgende kostenposten bij het aanpassen van een woning komen in aanmerking:
De aanneemsom (hierin begrepen de loon en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening.
De risicoverrekening van loon en materiaalkosten, met inachtneming van de Risicoregeling woning en utiliteitsbouw 1991.
Het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in Standaard voorwaarden (SR) 1997 van de Bond van Nederlandse Architecten. Alleen in die gevallen dat het noodzakelijk is dat een architect voor de woningaanpassing moet worden ingeschakeld worden deze kosten subsidiabel geacht. Het betreft dan veelal de ingrijpender woningaanpassingen.
De kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is, tot een maximum van 2% van de aanneemsom.
De leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening.
De verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting.
Renteverlies in verband met het verrichten van noodzakelijke betaling aan derden, tot de datum van gereedmelding, voor zover dit verband houdt met de bouw dan wel het treffen van voorzieningen.
De prijs van bouwrijpe grond, indien noodzakelijk als niet binnen de oorspronkelijke kavel kan worden gebouwd.
De door het college (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien konden worden.
De kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing.
De kosten van (her)aansluiting op de openbare nutsvoorziening.
Bouwplaatskosten.
Werkvoorbereidings- en uitvoerderskosten.
Eventuele constructeurskosten.
Bij het vergroten van de woning wordt verlangd dat de eigenaar van de woning zijn opstalverzekering aan de hogere herbouwwaarde van de woning aanpast.
Het verstrekken van de tegemoetkoming in de kosten van huurderving betreft alleen de periode dat de woonruimte van de aanvrager ten gevolge van het verrichten van een woningaanpassing niet bewoond kan worden en daardoor voor dubbele woonlasten komt te staan. De tegemoetkoming wordt alleen verleend als de aanvrager redelijkerwijs niet had kunnen voorkomen dat hij deze dubbele woonlasten zou hebben.
De hoogte van de tegemoetkoming in de kosten van huurderving bedraagt de werkelijke kosten gedurende maximaal zes maanden waarbij de eerste twee maanden niet in aanmerking komen voor een tegemoetkoming. Voorwaarde voor het verstrekken van de tegemoetkoming is dat de woning voor meer dan €4796,91 moet zijn aangepast.
De hoogte van de tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, keuring en reparatie van woonvoorzieningen bedraagt de werkelijke kosten waarbij de frequentie van onderhoud en keuring aan leverancier en gemeente wordt voorbehouden.
Bij verkoop van een woning binnen 5 jaar dient het bedrag, dat het gevolg is van de meerwaarde van de woning door de aanpassing, aan het college moet worden terugbetaald. Het afschrijvingsschema luidt als volgt:
voor het eerste jaar 100% van de meerwaarde;
voor het tweede jaar 80% van de meerwaarde;
voor het derde jaar 60% van de meerwaarde;
voor het vierde jaar 40% van de meerwaarde en
voor het vijfde jaar 20% van de meerwaarde.
**3..** Met betrekking tot rolstoelvoorzieningen geldt: dat het college een tegemoetkoming kan verstrekken voor het aanschaffen en onderhouden van een sportrolstoel voor 3 jaar. Het bedrag staat vermeld in bijlage 2.
HOOFDSTUK 3:
Artikel 15.
SPECIFIEKE CRITERIA PER MAATWERKVOORZIENING GROEP
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Olst-Wijhe 2017