Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

Melding hulpvraag

Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp gemeente Enkhuizen 2017

Wanneer een inwoner behoefte heeft aan ondersteuning in het kader van jeugdhulp, kan hij of zij, of een derde, bij het consultatiebureau, huisarts, (school)maatschappelijk werk, of de gemeente de hulpvraag persoonlijk, telefonisch of schriftelijk melden. In een gesprek wordt de cliënt geïnformeerd over de gang van zaken na de melding. Degene die zich met een ondersteuningsvraag meldt, wordt gewezen op de mogelijkheid om zich bij het onderzoek desgewenst bij te laten staan door iemand uit het eigen netwerk of een onafhankelijke cliëntondersteuner en de mogelijkheid voor het opstellen van een familiegroepsplan. Soms blijkt na een korte vraagverkenning dat informatie en advies voldoende is voor de cliënt om het ondervonden probleem op te lossen. Wanneer verdere vraagverheldering of verdieping nodig blijkt, wordt er een onderzoek uitgevoerd. Het Stadsteam/ de consulent zal daarnaast met instemming van de jeugdige en/of zijn ouders informatie inwinnen bij andere instanties, zoals de professionals die algemene voorzieningen uitvoeren, en met deze in gesprek gaan over de meest aangewezen hulp. Dat betekent in de praktijk dat het Stadsteam zoveel mogelijk gebruik maakt van de bestaande expertise en kennis bij de professionals die bekend zijn met het gezin en/of de problematiek. De gemeente kiest er nadrukkelijk niet voor om professionals direct de toegang tot individuele maatwerkvoorzieningen te geven. Deze besluiten zullen altijd voor een beschikking via de gemeente (m.b.v. analyse van het Stadsteam) dienen te lopen. De uitzonderingen op bovenstaand proces zijn: De huisarts, jeugdarts en kinderarts: zij mogen op basis van de Jeugdwet direct doorverwijzen naar specialistische jeugdhulp. De gemeente maakt uiteraard wel afspraken met deze partijen over de gecontracteerde hulp en de wijze van registratie van doorverwijzen. Veilig thuis: indien er een zorgmelding bij Veilig Thuis binnen komt kan er onafhankelijk worden besloten om actie te ondernemen in een gezin. De gemeente maakt uiteraard wel afspraken met Veilig Thuis om een route af te spreken waarin deze hulp gezamenlijk kan worden ingezet. De kinderrechter/strafrechter: de kinderrechter en strafrechter leggen kinderbeschermings- en/of strafmaatregelen op, nadat de Raad voor de Kinderbescherming advies heeft uitgebracht, die de gemeente dient uit te voeren. Denk hierbij aan maatregelen in het zogenaamde gedwongen kader, zoals een ondertoezichtstelling of een jeugdreclasseringstraject. Jeugdbescherming en de gecertificeerde instellingen (GI): indien de GI constateert dat er aanvullende hulp noodzakelijk is binnen het kader van de hierboven genoemde gedwongen maatregelen, dan is de gemeente verplicht deze hulp in te zetten. De gemeente maakt uiteraard wel afspraken met de GI over de samenwerking in een dergelijk traject. De burgemeester: indien de Raad voor de Kinderbescherming niet tot indiening van een verzoek tot ondertoezichtstelling overgaat nadat hij een melding van de burgemeester van de woonplaats van de minderjarige heeft ontvangen dat een maatregel met betrekking tot het gezag dient te worden overwogen, kan de burgemeester de Raad voor de Kinderbescherming vragen het verzoek alsnog aan de rechter voor te leggen.

Rechtspraak bij dit artikel