Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Voorwaarden mandaatverlening

Onderdeel van Mandaatregeling Recreatieschap Westfriesland 2017

1.. De gemandateerde is niet bevoegd om in mandaat te besluiten, indien: het besluit een afwijking zou inhouden van het bestaande beleid, vastgestelde richtlijnen en/of voorschriften; het besluit niet de taken binnen de functieomschrijving van de ambtenaar behoord; het besluit niet met een collega is afgestemd (4 – ogenprincipe); het een klacht betreft over een medewerker van het recreatieschap; het voorgenomen besluit een overschrijding van een budget of krediet tot gevolg heeft dan wel een groot financieel risico met zich brengt; de mandaatgever heeft aangegeven zelf te willen besluiten; het een besluit betreft waarmee algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels of beleid worden vastgesteld dan wel anderszins bevoegdheden betreft waarvoor ingevolge de Algemene wet bestuursrecht of in enig ander wettelijk voorschrift is bepaald dat mandaat niet kan worden verleend; aan het voorgenomen besluit mogelijkerwijs politieke consequenties zijn verbonden dan wel dat dit precedentwerking tot gevolg kan hebben; Indien het voorgenomen besluit kan leiden tot bestuurlijke afbreuk; Het instellen van een beroep en hoger beroep; Het besluit personele aangelegenheden betreft of rechtspositie van een of meerdere ambtenaren raakt; 2.. Het mandaat voor de bevoegdheid inzake het afsluiten van overeenkomsten geldt voor zover de uitoefening plaatsvindt conform het inkoop- en aanbestedingsbeleid geldend voor de gemeente Stede Broec. 3.. De gemandateerde moet de instructies van de mandaatgever opvolgen.

Rechtspraak bij dit artikel