De maatwerkvoorziening is altijd gebaseerd op de goedkoopst adequate voorziening. Er kunnen meerdere geschikte oplossingen zijn, maar er wordt gekozen voor de oplossing die naar objectieve maatstaven de goedkoopste is. Indien belanghebbende een duurdere voorziening wil (die eveneens adequaat is) komen de meerkosten voor rekening van belanghebbende. In dergelijke situaties zal de verstrekking plaatsvinden in de vorm van een PGB gebaseerd op de goedkoopst compenserende voorziening.
Bij het bepalen van de meeste passende en goedkoopste adequate voorziening, wordt ook rekening gehouden met de (te verwachten) gebruiksduur en intensiteit van gebruik. Bij kortdurend of incidenteel gebruik moet een groter beroep op eigen mogelijkheden of inzet van voorliggende of algemene voorzieningen worden gedaan.
Hoofdstuk 2
Artikel 11
Goedkoopst adequate maatwerkvoorziening
Onderdeel van Beleidsregel Toegang Wmo en Jeugdhulp 2017