1. Deze verordening is van toepassing op alle bij het college aangevraagde en door het college verleende subsidies, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23 lid 3 van de wet (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is).
2. Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is, kan het college bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.
3. Het college kan subsidie verstrekken aan subsidieontvangers die activiteiten organiseren die bijdragen aan de doelen uit de programmabegroting en in beginsel aansluiten bij volgende begrippen:
a. Vitaliteit:
i. de subsidieontvanger moet in staat worden geacht om de doelen die beoogd worden met de subsidie te realiseren;
ii. de activiteiten leveren een bijdrage aan de vitaliteit van de samenleving;
b. Zelfredzaamheid: het op termijn, zonder (of met minder) gemeentelijke subsidie, kunnen realiseren of in stand houden van het beoogde maatschappelijke doel;
c. Preventie: het voorkomen of beperken van potentiële problemen;
d. Ondersteuning: het faciliteren van inwoners, vrijwilligers en/of mantelzorgers in de gemeente Twenterand in hun bijdrage aan een maatschappelijk doel.