1. Het college stelt bij nadere regeling (hierna te noemen: subsidieregeling) vast welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie.
2. Het college kan in de subsidieregelingen de reikwijdte van artikel 2 lid 3 van deze verordening nader uitwerken.
3. Het college stelt subsidieregelingen jaarlijks vast op basis van de programma’s uit de programmabegroting.