Indien iemand voldoet aan de voorwaarden die zijn omschreven in de wet, artikel 2.3.6. lid 2 (opgenomen in de toelichting) en aan de door het college gestelde nadere criteria, kan een persoonsgebonden budget worden ingezet. Er zijn twee soorten persoonsgebonden budget te onderscheiden, te weten:
Persoonsgebonden budget voor de aanschaf van een hulpmiddel, aanpassing van een hulpmiddel, dan wel woningaanpassing.
Persoonsgebonden budget ten behoeve van de inkoop van diensten.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 13.