De hoogte van het persoonsgebonden budget voor een zaak wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura en is toereikend voor de aanschaf daarvan.
Voor zover dit geen onderdeel is van het persoonsgebonden budget, kan het PGB worden aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering.
De hoogte van het PGB voor dienstverlening is opgebouwd uit verschillende kostencomponenten zoals salaris, vervanging tijdens vakantie, verzekeringen en reiskosten.
Een cliënt ten behoeve van wie een PGB wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen onder de volgende voorwaarden betreffende het tarief betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk:
deze persoon krijgt een lager tarief betaald voor zijn diensten dan door het college in het Besluit nadere regels vastgestelde tarief. Dit lagere tarief wordt door het college in het Besluit nadere regels vastgelegd;
tussenpersonen of belangenbehartigers mogen niet uit het PGB worden betaald.
Een PGB dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt.
Het college kan in het Besluit nadere regels verdere criteria verbinden aan het PGB.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 14.