De hoogte van een PGB wordt vastgesteld op basis van: het budgetplan PGB, het te bereiken resultaat (doel) of het aantal geïndiceerde uren dan wel een tijdseenheid naar rato daarvan of het aantal geïndiceerde dagdelen of etmalen in natura. Daaronder is ook het vervoer begrepen van en naar de locatie waar de geïndiceerde maatwerkvoorziening als bedoeld in het besluit nadere regels wordt geboden.
De hoogte van een PGB bedraagt niet meer dan het maximum van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst passende voorziening in natura, tenzij de cliënt aantoont dat met het toe te kennen PGB de geïndiceerde maatwerkvoorziening niet kan worden ingekocht.
De cliënt kan een hulpmiddel, aanpassing van een hulpmiddel, dan wel woningaanpassing of dienst kopen/inhuren waarvan de kostprijs boven het vastgestelde PGB-tarief uitkomt, maar betaalt in dat geval de meerkosten zelf.
Het bruto verstrekte persoonsgebonden budget kent de navolgende drie soorten tarieven:
Het persoonsgebonden budget dat wordt ingezet voor een hulpmiddel, aanpassing van een hulpmiddel, dan wel woningaanpassing, of dienst, geleverd door een professionele aanbieder, is maximaal gelijk aan (100% van) de kostprijs van hetzelfde product/categorie ondersteuning, dat door een door de gemeente gecontracteerde organisatie kan worden geleverd, inclusief een vergoeding voor onderhoud en verzekeringen.
Het persoonsgebonden budget dat wordt ingezet voor diensten door niet-professionele ondersteuners (bijvoorbeeld door iemand uit het sociale netwerk van de cliënt) bedraagt voor individuele ondersteuning het vaste bedrag van € 14,43 per uur, voor groepsgerichte ondersteuning het vaste bedrag van € 20,62 per dagdeel.
De onkostenvergoeding voor logeren binnen het informele netwerk bedraagt het vaste bedrag van € 30,48 per etmaal.
Jaarlijks worden de tarieven voor gecontracteerde zorgaanbieders herzien. Indien de tarieven voor de gecontracteerde zorgaanbieders worden geïndexeerd, dan volgen de PGB-tarieven op gelijke wijze.
Het PGB voor een woonvoorziening wordt als volgt vastgesteld:
Een persoonsgebonden budget voor een bouwkundige woningaanpassing in of aan een woonruimte kan verleend worden aan de eigenaar van een koopwoning of aan een huurder. In geval van een huurder dient met de eigenaar van de woning te worden overlegd over de aanpassing.
Het persoonsgebonden budget voor woonvoorzieningen wordt vastgesteld op het bedrag van de tegenwaarde van de goedkoopst adequate woonvoorziening, indien nodig aangevuld met een vergoeding voor instandhoudingkosten (onderhoud, reparatie).
Instandhoudingkosten worden gebaseerd op het gemiddelde bedrag voor onderhoud van de betreffende woonvoorziening over het jaar voorafgaand aan het laatste volle kalenderjaar vóór de toekenning van de voorziening.
Het PGB voor de eigen aangepaste auto wordt als volgt vastgesteld. Indien uit onderzoek blijkt dat een persoon ondersteuning nodig heeft in de vorm van het gebruik van een eigen (aangepaste) auto, dan persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen wordt vastgesteld op het bedrag van de tegenwaarde van de goedkoopst adequate voorziening, indien nodig aangevuld met een vergoeding voor instandhoudingkosten (onderhoud, reparatie en accessoires)
De instandhoudingkosten worden gebaseerd op het gemiddelde bedrag voor onderhoud van de vervoersvoorziening over het jaar voorafgaand aan het laatste volle kalenderjaar vóór de toekenning van de voorziening.
Op het persoonsgebonden budget voor een vervoersvoorziening zijn de volgende punten van toepassing:
Indien de vervoersbehoefte van gezinsleden geheel samenvalt, wordt ten hoogste het maximale persoonsgebonden budget van één persoon per gezin toegekend.
Voor zover de vervoersbehoefte van gezinsleden gedeeltelijk samenvalt, wordt ten hoogste anderhalf maal het maximale persoonsgebonden budget van één persoon toegekend.
PGB vervoersvoorziening wordt als volgt vastgesteld (was artikel 10, lid 1 t/m 3 nadere regels):
Het persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen wordt vastgesteld op het bedrag van de tegenwaarde van de goedkoopst adequate voorziening, indien nodig aangevuld met een vergoeding voor instandhoudingkosten (onderhoud, reparatie en accessoires)
De instandhoudingkosten worden gebaseerd op het gemiddelde bedrag voor onderhoud van de vervoersvoorziening over het jaar voorafgaand aan het laatste volle kalenderjaar vóór de toekenning van de voorziening.
Op het persoonsgebonden budget voor een vervoersvoorziening zijn de volgende punten van toepassing:
Indien de vervoersbehoefte van gezinsleden geheel samenvalt, wordt ten hoogste het maximale persoonsgebonden budget van één persoon per gezin toegekend.
Voor zover de vervoersbehoefte van gezinsleden gedeeltelijk samenvalt, wordt ten hoogste anderhalf maal het maximale persoonsgebonden budget van één persoon toegekend.
De sportvoorziening wordt als PGB vastgesteld: indien de cliënt voldoet aan de eisen voor een PGB, dan kan een sportvoorziening in de vorm van een PGB verstrekt worden. De hoogte van het PGB bedraagt maximaal € 3.000,- met een gebruiksduur van drie jaar.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 16.