Lid 1

Onder ambtenaar wordt verstaan: hij die door of vanwege de gemeente is aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn alsmede hij met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is aangegaan en hij die werkt onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur en het ambtelijk management, zoals een uitzendkracht, gedetacheerde, stagiaire, e.d..

Lid 2

Met leidinggevende wordt bedoeld:

  • - voor medewerkers van een afdeling niet zijnde de manager: de manager
  • - voor de managers: de directie
  • - voor de directie: het college van B&W

Lid 3

In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, beslist de directie.

Lid 4

De code is openbaar en door derden te raadplegen.

Lid 5

Alle ambtenaren ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van de code.

Lid 6

De gemeente evalueert periodiek de definitie van integriteit en het daarvan afgeleide integriteitsbeleid.

Lid 7

De betreffende zaken uit deze gedragscode zijn regulier onderwerp van gesprek op afdelings- en clusterniveau, en persoonlijk wanneer er aanleiding voor is.

(zie ook de Regeling financiële belangen gemeente Berg en Dal 2016 alsmede het inkoopbeleid)

Het is de medewerker overeenkomstig artikel 15:1f lid 4 CAR-UWO verboden financiële belangen te hebben, effecten te bezitten en transacties in effecten te verrichten, waardoor de goede vervulling van de functie of de goede functionering van de openbare dienst niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.

Een ambtenaar, die familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten aan de gemeente, maakt in voorkomende gevallen deze relatie kenbaar en onthoudt zich van betrokkenheid bij de voorbereidingen van de besluitvorming over de betreffende opdracht.

(zie ook de Regeling nevenwerkzaamheden gemeente Berg en Dal 2016)

De ambtenaar is verplicht melding te maken van de nevenwerkzaamheden die hij verricht of voornemens is te gaan verrichten, die de belangen van de gemeente, voor zover deze in verband staan met zijn functievervulling, kunnen raken.

Een ambtenaar gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt. Hij verstrekt geen geheime of vertrouwelijke informatie, houdt geen informatie achter voor anderen tenzij dit geheim of vertrouwelijk is en maakt niet ten eigen bate of ten bate van zijn persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van zijn functie verkregen informatie. Dit geldt zowel tijdens als na het dienstverband.

In het kader van het resultaatgedreven werken krijgen medewerkers veel ruimte en verantwoordelijkheid om naar eigen inzicht te handelen. Dit is ook het uitgangspunt voor wat betreft het aannemen van geschenken, bezoeken van congressen, kennisbijeenkomsten, etc. Vragen die de medewerker zich hierbij moet stellen zijn:

  • - Is het geschenk uitsluitend bedoeld als blijk van waardering voor een geleverde prestatie?
  • - Kan acceptatie van een geschenk de onafhankelijke opstelling van de ontvanger ten opzichte van de gever beïnvloeden, c.q. tot verplichtingen voor de toekomst leiden (inclusief hoe de buitenwereld hier tegen aan zou kunnen kijken)?

Daarnaast is er een meldingsplicht aan de leidinggevende, zodat deze wel altijd op de hoogte is en zo nodig kan navragen/bijsturen.

Een ambtenaar declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed. In geval van twijfel omtrent een declaratie, wordt deze voorgelegd aan de bevoegde persoon. Zo nodig wordt de declaratie ter besluitvorming aan het college voorgelegd.

Gebruik van de gemeentelijke eigendommen of voorzieningen voor privédoeleinden is niet toegestaan, tenzij de leidinggevende daarvoor uitdrukkelijk toestemming heeft verleend. Hierbij moet rekening worden gehouden met de beeldvorming en de schijn van niet integer handelen.