Lid 1
De beoordeling vindt in principe plaats in het laatste kwartaal van de beoordelingsperiode. Indien dit door omstandigheden niet mogelijk is, wordt, na toestemming van de sectordirecteur, de beoordeling op een ander tijdstip opgesteld.
Lid 2
Het tijdvak waarover het beoordelingstijdvak zich uitstrekt, bedraagt tenminste drie maanden en ten hoogste 12 maanden.
Lid 3
Het beoordelingstijdvak strekt zich niet uit over een periode waarover reeds een beoordelingsgesprek heeft plaatsgevonden.
Lid 4
Beoordeling van de ambtenaar vindt in de regel eenmaal per jaar plaats.
Lid 5
Van het bepaalde in de eerste vier leden kan worden afgeweken wanneer de leidinggevende een grotere frequentie nodig acht. Dat kan zich voordoen:
In het eerste jaar na indiensttreding van de ambtenaar;
In geval van aanvaarding van een andere functie door de ambtenaar dan wel overplaatsing van de ambtenaar naar een andere functie;
Bij een ingrijpende wijziging in de functie van de ambtenaar;
Wanneer de ambtenaar naar het oordeel van de eerste beoordelaar onvoldoende of matig functioneert, dan wel bij zijn laatste beoordeling het eindoordeel ‘onvoldoende’ of ‘matig’ heeft gekregen.