**1..** De hieronder genoemde bepalingen zijn van toepassing op zowel fraudevorderingen als andere vorderingen niet zijnde bestuurlijke boetes, maar niet op de aflossing van bijstand in de vorm van een geldlening.
**2..** Het aflossingsbedrag zoals medegedeeld in het invorderingsbesluit geldt als een opgelegde betalingsverplichting.
**3..** De termijn waarbinnen betaling moet plaatsvinden bedraagt op grond van art. 4:87 van de Awb zes weken.
**4..** Indien het inkomen daartoe aanleiding geeft wordt de betalingsverplichting gewijzigd vastgesteld.
**5..** De wijze van onderzoek en de controle op mogelijke mutaties worden nader beschreven in werkinstructies.
**6..** Voor zover de schuldenaar beschikt over activa, die nauw samenhangen met de ontstaansgrond van de vordering, wordt teruggevorderd ten laste van deze activa.
**7..** Elk voorstel van de belanghebbende, waarbij het totaal bedrag van de nieuwe vorderingen in beginsel binnen een termijn van 36 maanden wordt betaald, wordt geaccepteerd.
**8..** Deze regel wordt alleen toegepast bij belanghebbenden waarvan de uitkering is beëindigd en er verder geen bestaande vorderingen aanwezig zijn.
**9..** Vervolgens wordt zoveel mogelijk ineens teruggevorderd ten laste van het vermogen, waaronder wordt verstaan alle aan de belanghebbende in eigendom toebehorende roerende en onroerende zaken en vermogensrechten, voor zover deze na aftrek van alle schulden, uitgezonderd de gemeentelijke vorderingen, een bedrag van € 1.500,- te boven gaan.
**10..** Algemeen gebruikelijke huisraad wordt aan de belanghebbende gelaten.
**11..** De betalingscapaciteit in het toepasselijke inkomen is gelijk aan het gedeelte van het inkomen dat de beslagvrije voet overschrijdt, maar in ieder geval het bedrag van de minimale aflossing zoals opgenomen in de gedragscode Schuldhulpverlening van de NVVK, in het bijzonder de aflostabel. Het college stelt de betalingscapaciteit vast volgens de Recofa-methode.
**12..** Het toerekenen van de betalingen gebeurt in een vaste volgorde: de invorderingskosten (inclusief rente), de boete, jongste vordering en daarna middels afglijdende schaal de oudste vordering (twee laatstgenoemde vorderingen inclusief rente).
** 13. .** Het college kan de aflossing op een vordering die niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, zoals neergelegd in artikel 17, eerste lid van de Participatiewet, respectievelijk artikel 13, eerste lid van zowel de IOAW als de IOAZ opschorten, indien het college van oordeel is dat dit noodzakelijk is voor het slagen van een eventueel participatie- of re-integratietraject van de belanghebbende.
Hoofdstuk 5
Artikel 13
Betalingsverplichting en -capaciteit
Onderdeel van Beleidsregels handhaving en inning vorderingen Participatiewet, IOAW en IOAZ 2017 Gemeente Heerenveen