In afwijking van de termijn zoals genoemd in artikel 3, lid 1, kan het college verlangen dat een medewerker wiens benoeming in een interne functie wordt overwogen vóór die benoeming een VOG overlegt, als het nadere screening op een bijzonder functieprofiel of aanvullend functieaspect noodzakelijk acht.
Het niet verkrijgen van de VOG door deze beoogde zittende medewerker houdt automatisch in dat het college de interne benoeming niet verleent.
Weigering van de beoogde zittende medewerker om een VOG aan te vragen, houdt automatisch in dat het college de interne benoeming niet verleent.
In de situaties genoemd in de leden 2. en 3. gaat het college het gesprek aan met de betreffende medewerker over de vraag in welke mate het ontbreken van de aangevraagde VOG de medewerker belemmert om diens functie adequaat uit te oefenen; het college neemt waar nodig passende maatregelen.
De kosten die aan de aanvraag en verkrijgen van de VOG en/of VGB verbonden zijn, komen ten laste van het college.
Hoofdstuk
Artikel 4
Overleggen VOG bij interne benoeming
Onderdeel van Regeling Verklaring omtrent gedrag en Verklaring geen bezwaar