In aanvulling op de voorschriften genoemd in artikel 1 kunnen burgemeester en wethouders vergunning verlenen voor de activiteiten als bedoeld in artikel 4 bijlage II Besluit omgevingsrecht (1 t/11) indien aan de hierna genoemde voorwaarden wordt voldaan:
Met betrekking tot de toepassing van artikel 4 bijlage II onder 1 Besluit omgevingsrecht worden geen nadere voorwaarden gesteld.
Met betrekking tot de toepassing van artikel 4 bijlage II onder 2 Besluit omgevingsrecht worden geen nadere voorwaarden gesteld.
Met betrekking tot de toepassing van artikel 4 bijlage II onder 3 Besluit omgevingsrecht geldt dat een erf- en/of perceelsafscheiding binnen de bestemmingen Wonen en Buitenplaats alleen toegestaan is, voor zover:
het bouwperceel een oppervlakte heeft van ten minste 1.500 m²; en
op het bouwperceel een vrijstaand hoofdgebouw is gerealiseerd; en
het hoofdgebouw ten minste bestaat uit één bouwlaag met een kap c.q. bovenbouw;
de verhoging van de afscheiding niet in strijd is met de stedenbouwkundige waarden2 (2 dergelijke bestemmingen zitten in nog niet geactualiseerde bestemmingsplannen), stedenbouwkundig waardevolle zone en tuinbestemmingen die in het bestemmingsplan zijn beschreven; en
door de plaatsing van de afscheiding de verkeersveiligheid en/of de sociale veiligheid niet onaanvaardbaar wordt aangetast;
daarbij geldt voor de bestemming Wonen dat:
de aanvraag betekking heeft op een bestemming van een bouwperceel waarbinnen erf- en perceelsafscheidingen niet hoger dan 1 meter zijn toegelaten;
de afscheiding niet hoger is dan 1,50 meter; en
de afscheiding voor ten minste 1/3 deel van het verticale vlak voor minimaal 50% transparant wordt uitgevoerd; en
ten behoeve van toegangspoorten in afscheidingen zijn constructies als poeren, pilaren, hekwerken en andere draaiende delen die verbonden zijn aan de constructie toegelaten tot een hoogte van 2 meter indien:
de toegangspoort ten minste 3 meter vanaf de erfgrens is teruggelegd op het bouwperceel;
de totale constructie niet breder is dan 4 meter; en
de onderlinge afstand tussen toegangsconstructies op hetzelfde bouwperceel ten minste 8 meter bedraagt.
En dat voor het overige hier geen nadere voorwaarden worden gesteld.
Met betrekking tot de toepassing van artikel 4 bijlage II onder 4 Besluit omgevingsrecht worden geen nadere voorwaarden gesteld.
Met betrekking tot de toepassing van artikel 4 bijlage II onder 5 Besluit omgevingsrecht geldt dat deze alleen is toegestaan:
voor mobiele telecommunicatie als is voldaan aan de voorwaarden in de Notitie plaatsing antenne-installaties voor mobiele telecommunicatie. Het plaatsingsplan zoals dat in overleg tussen de gemeente en de providers is opgesteld is daarbij bepalend;
voor een zendamateur voor zover:
de zendamateur beschikt over een Radio Amateur Station Licence en/of bewijs van registratie in het frequentieregister van het Agentschap Telecom; en
de antenne-installatie wordt bevestigd aan de woning van de zendamateur en niet hoger is dan 15 meter.
Met betrekking tot de toepassing van artikel 4 bijlage II onder 6 Besluit omgevingsrecht worden geen nadere voorwaarden gesteld.
Met betrekking tot de toepassing van artikel 4 bijlage II onder 7 Besluit omgevingsrecht worden geen nadere voorwaarden gesteld.
Met betrekking tot de toepassing van artikel 4 bijlage II onder 8 Besluit omgevingsrecht worden geen nadere voorwaarden gesteld.
Met betrekking tot de toepassing van artikel 4 bijlage II onder 9 Besluit omgevingsrecht geldt:
Voor een afwijking met betrekking tot beroep of bedrijf aan huis dat deze alleen is toegestaan indien:
de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner van de woning, en naast de bewoner tegelijkertijd niet meer dan 1 persoon werkzaam is;
de ruimte(n) waar de activiteit plaatsvindt niet groter is dan 50 m², gemeten vanaf de binnenzijde van (scheidings)muren;
buiten die ruimte(n) geen opslag plaatsvindt dan wel (een deel van) de beroeps- of bedrijfsactiviteiten wordt uitgeoefend, met uitzondering van activiteiten die verband houden met het uitoefenen van een bed and breakfast of gastouderschap;
de uiterlijke verschijningsvorm behouden blijft, en reclame-uitingen zich beperken tot een onverlicht oppervlakte van ten hoogste 0,5 m² en deze niet hoger wordt aangebracht dan tot 1,5 meter boven maaiveld;
het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer;
het beroep voldoet aan de definitie zoals opgenomen in de bij deze beleidsregels behorende bijlage respectievelijk de bedrijfsmatige activiteit is opgenomen in die bijlage;
voor een afwijking met betrekking tot woningbouwplannen, dan wel wooneenheden, kamerverhuur en andersoortige woonvormen gelden dat deze alleen zijn toegestaan indien uit een van geval tot geval te plegen afweging blijkt dat sprake is van een goede ruimtelijke aansluiting op de bestaande omgeving;
dat het vestigen van een amusements- of seksinrichting alsmede een horeca-inrichting in een woonomgeving niet mogelijk is.
Met betrekking tot de toepassing van artikel 4 bijlage II onder 10 Besluit omgevingsrecht wordt geen medewerking verleend.
Met betrekking tot de toepassing van artikel 4 bijlage II onder 11 Besluit omgevingsrecht geldt dat van geval tot geval de aanvraag wordt beoordeeld, waarbij de duur van de gewenst afwijking moet zijn onderbouwd.